← Terug naar vorige pagina

Wanneer is sprake van een aanvraag op grond van artikel 1:3, derde lid, Awb?


In een uitspraak van 15 november 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3084) heeft de Afdeling – in lijn met eerdere uitspraken van de Afdeling (zie onder meer ECLI:NL:RVS:2017:2246 en ECLI:NL:RVS:2017:2673) – geoordeeld over de vraag wanneer sprake is van een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb. De Afdeling noemt daarbij een aantal omstandigheden die relevant zijn voor de beantwoording van voornoemde vraag.

De casus

Retailplan heeft bij brief 8 januari 2016 het college van B&W van de gemeente Zevenaar geïnformeerd over het plan van een van haar relaties om een grote supermarkt van tenminste 2.500 m² te realiseren. Tevens verzoekt Retailplan om planologische medewerking voor het gebruik van de bestaande bouwwerken ten behoeve van de voornoemde supermarkt.
Naar aanleiding van de brief ontstaat een e-mailwisseling tussen Retailplan en de bedrijfscontactfunctionaris van de gemeente over het plan. De bedrijfscontactfunctionaris geeft daarin aan dat het college niet bereid is om medewerking te verlenen aan het plan. Retailplan stelt vervolgens in maart 2016 dat het met de brief van 8 januari 2016 een aanvraag om omgevingsvergunning heeft ingediend. Omdat het college niet tijdig op deze aanvraag heeft beslist, is de omgevingsvergunning volgens Retailplan van rechtswege verleend.

In beroep gaat de rechtbank in op de vraag of er sprake was van een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb. Volgens de rechtbank is van een aanvraag geen sprake: de brief van Retailplan valt aan te merken als een verzoek om beginselbereidheid uit te spreken voor planologische medewerking aan het plan van een niet nader genoemde relatie van Retailplan, kennelijk voorafgaand aan de beslissing van die relatie om al dan niet tot aankoop van het perceel over te gaan, en niet als concrete aanvraag om omgevingsvergunning.

Oordeel van de Afdeling

De Afdeling oordeelt dat de rechtbank de brief van Retailplan terecht niet als aanvraag heeft gekwalificeerd. Daarbij acht de Afdeling van belang dat:

  • Retailplan verzocht heeft om planologische medewerking;

  • Retailplan niet ondubbelzinnig kenbaar heeft gemaakt dat beoogd werd een aanvraag om omgevingsvergunning in te dienen;

  • de omschrijving van het plan niet concreet is (onduidelijk is op welke bouwwerken het verzoek betrekking heeft, welke omvang het plan heeft, en wat de naam van de relatie van Retailplan is);

  • Retailplan een deskundige op het gebied van ruimtelijke ordening is, die geacht mag worden op de hoogte te zijn van de reguliere wijze om een aanvraag in te dienen (via het Omgevingsloket) en van de daarbij behorende verplichting om leges te betalen.

  • Retailplan in de e-mailcorrespondentie die volgde op de brief van 8 januari 2016 het college niet te kennen heeft gegeven dat deze brief een aanvraag om omgevingsvergunning betrof, terwijl uit de reactie van de bedrijfscontactfunctionaris blijkt dat het college de brief anders interpreteerde.

Omdat geen sprake is van een aanvraag, heeft de rechtbank volgens de Afdeling terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het college Retailplan op de voet van artikel 4:5 in de gelegenheid had moeten stellen aanvullende gegevens over te leggen.

Tot besluit

Bij discussie over de vraag of een initiatiefnemer een aanvraag heeft ingediend, kunnen bestuursorganen nagaan of de door de Afdeling genoemde omstandigheden zich in het concrete geval voordoen. Niet iedere omstandigheid zal overigens op zichzelf bezien voldoende zijn voor het oordeel dat geen sprake is van een aanvraag. Zo merkt de Afdeling in de uitspraak op dat de enkele omstandigheid dat een aanvraag niet via het omgevingsloket is ingediend, onvoldoende is om te concluderen dat geen sprake is van een aanvraag.

  • Handige argumenten voor discussies of er nu wel of geen sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning

    Mr. M. Seelen

    [...] het ontstaan van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning is het natuurlijk noodzakelijk dat er ook een aanvraag (in de zin van de Algemene wet bestuursrecht) op tafel ligt. Of hier [...]

    Lees verder
  • Verstopte aanvraag, the sequel: vergunning van rechtswege?

    Mr. J.S. Haakmeester

    [...] uitspraak van de AbRvS van 15 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3084 ziet op een beroep van Retailplan tegen het niet tijdig bekend maken van een, volgens haar, van rechtswege verleende [...]

    Lees verder
  • ECLI:NL:RVS:2017:3084

    Bij brief van 6 april 2016 heeft Retailplan beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekend maken van de volgens haar van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van de bestaande bouwwerken op het perceel Ampèrestraat 8 te Zevenaar ten behoeve van een grote supermarkt van tenminste 2.500 m².

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2017:3084
Datum publicatie 06-12-2017