← Terug naar vorige pagina

Planregels met een luchtje


Stel, in het buitengebied van jouw gemeente zijn veel veehouderijen aanwezig. Geur is dus nog wel een dingetje. Er is zelfs sprake van een overbelaste geursituatie.

Om nu het woon- en leefklimaat te beschermen en te verbeteren wil je (namens de gemeenteraad) in het bestemmingsplan “Buitengebied” geurregels opnemen.

Maar hoe doe je dat dan? Wat mag wel en wat mag niet?

Achtergrondbelasting

Laten we beginnen met wat wel mag. Zo mag je wel regels in je bestemmingsplan over de totale geurbelasting van alle veehouderijen (achtergrondbelasting) opnemen.

Hoe? Bepaal dat er geen vierkante meter voor de veehouderij mag worden bijgebouwd.

Van dit bouwverbod mag men vervolgens (binnenplans) afwijken op voorwaarde dat de veehouderij aantoont dat de totale geurbelasting op geurgevoelige objecten (zoals woningen) in de bebouwde kom niet hoger is dan (bijvoorbeeld) 12% en in het buitengebied niet hoger dan 20% (in deze zaak werd aangesloten bij de normstelling van de provinciale verordening).

En mocht de achtergrondbelasting toch hoger zijn, dan moet de veehouderij maar maatregelen treffen die leiden tot een daling van de achtergrondbelasting (die in ieder geval de eigen bijdrage moet compenseren).

Deze regels zijn ruimtelijk relevant en worden daarom door de jurisprudentie geaccepteerd. Dit heeft ook te maken met het feit dat je op deze manier geen wettelijk kader doorkruist. Er bestaat voor de beoordeling van de achtergrondbelasting immers geen wettelijk kader. Door deze bredere toetsing in je bestemmingsplan op te nemen, bescherm je het woon- en leefklimaat.

Voorgrondbelasting

Maar wanneer je in je (geur)regels van je bestemmingsplan bepaalt, dat men alleen van het eerdergenoemde bouwverbod mag afwijken, wanneer de geurbelasting van de individuele veehouderij (voorgrondbelasting) voldoet aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij, dan gaat ’t mis. Dit mag dus niet.

Zo doorkruis je namelijk het wettelijk stelsel en wel om 2 redenen:

1.Bij niet-vergunningplichtige veehouderijen (die onder het regime van het Activiteitenbesluit vallen) vindt in het milieuspoor juist géén voorafgaande toetsing aan de geurnormen plaats.

2.En voor vergunningplichtige veehouderijen is in de Wet geurhinder en veehouderij geregeld dat de voorafgaande toetsing aan de geurnormen moet plaatsvinden bij een omgevingsvergunning voor de milieuactiviteit. Wanneer je (geur)regels in je bestemmingsplan opneemt die alleen gaan over de voorgrondbelasting, dan vindt deze voorafgaande toetsing ook plaats bij een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit. En dat is niet de bedoeling.

Overigens, nog los van het feit dat planregels over de voorgrondbelasting het wettelijk stelsel doorkruisen, garandeert het voldoen aan de individuele normen van de Wet geurhinder en veehouderij (of de lokale geurverordening) ook niet dat er ook sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Daarom verwacht de bestuursrechter bij ruimtelijke besluiten dat de cumulatieve geurbelasting wordt onderzocht om de kwaliteit van het woon- en leefklimaat te beoordelen. En met de (geur)planregels over de achtergrondbelasting gebeurt dit ook. En met de (geur)planregels over de voorgrondbelasting gebeurt dit niet.

Bron: ABRvS 19 juli 2017, nr. 201607397/1/R2

  • Geurnormen achtergrondbelasting in bestemmingsplan toegestaan

    J. Kevelam

    [...] is mogelijk om geurnormen voor de achtergrondbelasting in een bestemmingsplan op te nemen. Dit is in beginsel ruimtelijk relevant en aanvaardbaar. Zo oordeelt de Afdeling in haar recente [...]

    Lees verder
  • ECLI:NL:RVS:2017:1969

    Bij besluit van 7 juli 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied Sint Anthonis 2013" vastgesteld.

    Lees verder

Geen regelgeving beschikbaar.

Geen naslag beschikbaar.

ECLI ECLI:NL:RVS:2017:1969
Datum publicatie 20-11-2017