Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Van Parijs naar praktijk: 1,8 miljard euro nodig voor lokale uitvoering Klimaatakkoord

Het is een van de meest ingrijpende transities waar Nederland nu voor staat: de uitvoering van het Klimaatakkoord. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben de komende drie jaar 1,8 miljard euro nodig om de extra taken te kunnen uitvoeren die daaruit voortkomen. Dat stelt de Raad voor het Openbaar Bestuur in het advies Van Parijs naar praktijk. Ook adviseert de Raad om lokale, regionale en landelijke inspanningen onderling goed af te stemmen om zicht te houden op het uiteindelijke doel: 49% CO2-reductie in 2030.

Raad voor het openbaar bestuur 25 januari 2021

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

Decentrale overheden moeten veel klimaatmaatregelen uitvoeren

Een groot gedeelte van de maatregelen uit het Klimaatakkoord moeten decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) uitvoeren en organiseren. Zo zijn gemeenten verantwoordelijk voor het aardgasvrij maken van woningen en bepalen decentrale overheden op regionaal niveau waar de benodigde windmolens en zonneparken moeten komen. Op verzoek van het kabinet heeft de Raad een advies uitgebracht over de hoogte van de uitvoeringskosten en hoe deze uitvoeringskosten moeten worden bekostigd.

Forse opgaven, forse lasten

Na een reflectie op een onderzoek door adviesbureau AEF komt de Raad uit op een bedrag van in totaal € 1,8 miljard voor de periode 2022-2024. Dit bedrag hebben decentrale overheden nodig om op korte termijn voldoende mensen aan te nemen en in te huren. Bijvoorbeeld om een lokaal klimaatplan op te stellen en no regret-maatregelen uit te voeren.

Ondersteuning onmisbaar

Gemeenten, provincies en waterschappen zijn zelf verantwoordelijk voor hun klimaatplannen. Toch is ondersteuning en coördinatie op regionaal en landelijk niveau onmisbaar, stelt de Raad. Anders bestaat het risico dat decentrale overheden allemaal hun best doen, maar het zicht verdwijnt op het uiteindelijke doel: 49% CO2-reductie in 2030 (vergeleken met 1990).

Advies aan kabinet

De Raad adviseert het kabinet:

  • decentrale overheden voor de periode 2022-20224 te financieren voor de uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord. In totaal is € 1,8 miljard nodig voor de periode 2022-2024.

  • de financiering via een brede doeluitkering te verstrekken. Zo kunnen decentrale overheden zelf bepalen wat de meest zinnige inzet van het geld is, rekening houdend met hun lokale situatie.

  • in 2024 de uitvoeringskosten en de verdeling ervan te evalueren en herijken op basis van onder andere realisatiecijfers.

  • vanaf 2025 de uitvoeringslasten te verdelen op basis van inzicht in de werkelijke kosten.

  • regio’s van samenwerkende overheden in te richten om de lokale uitvoeringskracht te ondersteunen en kennis en inkoopkracht te bundelen. En een landelijk programmateam om de inspanningen van alle overheden te coördineren.

Wat betekent dit in praktijk?

Wat betekent dit advies in praktijk voor decentrale overheden?
Lees hierover in het interview met gedeputeerde Jop Fackeldey in de provincie Flevoland.

Klimaatakkoord

Het Klimaatakkoord is een Nederlandse doorvertaling van het wereldwijde Klimaatakkoord van Parijs uit 2015. In het akkoord staan maatregelen en afspraken tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden om gezamenlijk de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 ongeveer te halveren (vergeleken met 1990).

//

Adviesrapport Van Parijs naar praktijk

Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord hebben gemeenten, provincies en waterschappen de komende drie jaar 1,8 miljard euro nodig. Dat adviseert de Raad voor het Openbaar Bestuur in het advies Van Parijs naar praktijk.

Ook adviseert de Raad om lokale, regionale en landelijke inspanningen onderling goed af te stemmen om zicht te houden op het uiteindelijke doel: 49% CO2-reductie in 2030.

Download 'Van Parijs naar praktijk | Bekostiging en besturing van de decentrale uitvoering van het klimaatakkoord'

Het Klimaatakkoord is een Nederlandse doorvertaling van het wereldwijde Klimaatakkoord van Parijs uit 2015. In het akkoord staan maatregelen en afspraken tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden om gezamenlijk de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 ongeveer te halveren (vergeleken met 1990). Het is een van de meest ingrijpende transities ooit in Nederland en heeft gevolgen voor wonen, werken, verkeer en vervoer, economie, natuur, milieu en de ruimtelijke inrichting.

Forse uitvoeringslasten Klimaatakkoord

Een groot gedeelte van de maatregelen uit het Klimaatakkoord moeten decentrale overheden uitvoeren en organiseren. Zo zijn gemeenten verantwoordelijk voor het aardgasvrij maken van woningen en bepalen decentrale overheden op regionaal niveau waar de benodigde windmolens en zonneparken moeten komen. Maar hoe komen decentrale overheden aan het geld voor de uitvoering van die maatregelen? En hoe hoog zijn die kosten eigenlijk?

De Raad heeft een onderzoek begeleid van adviesbureau AEF naar de hoogte van de extra uitvoeringslasten. Na een reflectie op dit onderzoek en de beoordeling van de reacties op dit onderzoek van departementen en de koepelorganisaties VNG, IPO en UvW komt de Raad uit op forse bedragen die nodig zijn om de klimaatdoelen te halen. Voor gemeenten gaat het in 2024 om een bedrag van in totaal € 599,6 mln., voor provincies € 37,5 mln. en voor waterschappen om € 22,6 mln.

Brede doeluitkering

De Raad adviseert de kosten voor gemeenten en provincies in de periode 2022-2024 te bekostigen via een brede doeluitkering. Daarbij hebben decentrale overheden de beleidsvrijheid om zelf te bepalen wat de meest kosteneffectieve maatregelen zijn voor hun inwoners en hoeven ze niet te gedetailleerd verantwoording af te leggen over de besteding van dit bedrag. Wat betreft de waterschappen adviseert de Raad dat zij de extra uitvoeringslasten bekostigen met een verhoging van hun eigen heffingen.

Bekostiging in fasen

Op dit moment zijn er te weinig gegevens om een precieze verdeelsleutel voor de gelden te kunnen onderbouwen. Maar een voortvarende aanpak is nodig om de klimaatdoelen te halen. Om die reden adviseert de Raad een bekostiging in fasen. Voor de eerste fase (2022-2024) gaat het om een basisbekostiging die slechts globaal correspondeert met de uitvoeringslasten. Gemeenten en provincies kunnen daarmee een lokaal klimaatplan opstellen en starten met de uitvoering van bijvoorbeeld no regret-maatregelen.

Voor de volgende fase adviseert de Raad de totale uitvoeringslasten en de verdeling in 2024 te evalueren en te herijken op basis van betrouwbare realisatiecijfers, nadere invulling van de taken uit het Klimaatakkoord en verdere wettelijke en beleidsmatige ontwikkelingen. Vanaf 2025 kunnen de uitvoeringslasten dan worden verdeeld op basis van een onderbouwd inzicht in de werkelijke kosten.

Lokaal, regionaal en landelijk zicht houden op doelen

De Raad constateerde nog een ander obstakel voor het in de praktijk brengen van klimaatmaatregelen. Behalve de energieregio’s van het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (RES) is er geen platform dat zorgt voor onderlinge afstemming en coördinatie van de inspanningen van decentrale overheden. Het risico bestaat dat decentrale overheden allemaal erg hun best doen, maar het zicht verdwijnt op het uiteindelijke doel: 49% CO2-reductie in 2030.

Om het probleem van ontbrekende coördinatie op te lossen, adviseert de Raad dat er op drie lagen duidelijke afspraken moeten worden gemaakt wie welke taak oppakt en waar verantwoordelijk voor is: lokaal, regionaal en landelijk.
Op lokaal niveau werkt elke gemeente, provincie en waterschap de verschillende onderdelen uit het Klimaatakkoord uit in een plan. Dit doen ze samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven. De regionale structuur ondersteunt de lokale uitvoeringskracht, bundelt kennis en inkoopkracht, coördineert bovenlokale opgaven en is een platform om lokale inspanningen af te stemmen. Op landelijk niveau adviseert de Raad een overkoepelend interbestuurlijk programmateam voor de decentrale klimaatopgaven. Daarin stemmen Rijk en decentrale overheden de inspanningen van alle betrokken overheden af, zodat deze leiden tot de gezamenlijk overeengekomen doelstellingen. Het interbestuurlijke programmateam faciliteert ook een lerende infrastructuur waarin overheden van en met elkaar kunnen leren.

Wat betekent dit advies in de praktijk?

Met voldoende geld en afspraken voor afstemming en ondersteuning denkt de Raad dat decentrale overheden in staat gesteld worden om de plannen uit te voeren van het Klimaatakkoord.

Wat dit advies in de praktijk kan betekenen voor decentrale overheden? We vroegen het aan gedeputeerde Jop Fackeldey in de provincie Flevoland.

Zie ook:

VNG: Tot € 600 miljoen per jaar nodig voor Klimaatakkoord

IPO: Mooie eerste aanzet, nu doorpakken

Blogreeks klimaat- en energiebundel. Voor welke (internationale) doelen ziet Nederland zich gesteld bij de opgave het niveau aan broeikasgassen terug te dringen?

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.