nieuws

Stop op nieuwe vergunningen zonneparken van de baan: wel toetsen aan zonneladder

07-06-2019

De Tweede Kamer nam reeds op 2 oktober 2018 de motie Faber aan die voorzag in een zogenoemde ‘zonneladder’ voor zonne-energieprojecten, meer specifiek voor zonneparken. Op 23 mei jl. dienden drie Kamerleden opnieuw een motie in, met als doel voorlopig geen nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden toe te staan. Daarop ontstond commotie en op 28 mei jl. nam de Tweede Kamer een gewijzigd voorstel aan, waardoor het voor provincies en gemeenten mogelijk blijft voor nieuwe zonneparken vergunningen af te geven. Wel dienen die aanvragen getoetst te worden aan de nog op te stellen nationale zonneladder of aan een vergelijkbaar lokaal afwegingskader.

Wat is de zonneladder?

Met het instrument van de Regionale Energie Strategie (RES) geven gemeenten, provincies en waterschappen in samenspraak met netbeheerders en andere partners de energietransitie concreet handen en voeten. Zo vertalen zij in de RES de afspraken uit het Klimaatakkoord en hun eigen gestelde ambities naar duurzame energieprojecten en locaties waar deze kunnen worden gerealiseerd. In het ontwerp-Klimaatakkoord staat de ambitie opgenomen de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen op te schalen tot 84 TWh in 2030. Grootschalige elektriciteitsproductie op land door middel van zonne-energie maakt daarvan naar verwachting een flink deel uit.

Tegen deze achtergrond liggen er veel bouwplannen klaar voor grootschalige zonneparken. Dat vraagt om afwegingen over inpassing van zon-initiatieven en locatiekeuze. Aanleiding tot het indienen van de motie Faber, die de regering verzocht in samenspraak met diverse partijen een ‘zonneladder’ op te stellen en deze te verankeren in Rijksbeleid. Een zonneladder dient als een nationale handreiking waarmee zonneparken op een zorgvuldige manier ruimtelijk kunnen worden ingepast.

De zonneladder is nog in ontwikkeling. Op dit moment is de regering in overleg met decentrale overheden, sectorpartijen en de Natuur- en Milieufederaties om na te gaan welke precieze aanvullende acties en waarborgen nodig zijn voor het ontwikkelen van een ladder die kan worden benut als sturingsinstrument door regio’s en gemeenten en die uiteindelijk tot een goede verdeling van zonneparken in de omgeving leidt.

Gewijzigde motie Faber

De belangrijkste aanleiding voor de motie was de maatschappelijke discussie over (de impact van) zonneparken op natuur- en landbouwgrond en het grote aantal daken dat tegelijkertijd onbenut blijft. De motie vroeg de regering regelingen aan te passen die belemmerend werken, zodat daken beter kunnen worden benut voor het opwekken van zonne-energie en zonneparken op natuur- en landbouwgrond ontmoedigd of zelfs verboden kunnen worden zolang er nog onbenutte daken binnen de gemeente of regio zijn. Dit uitgangspunt zou dan kunnen worden meegenomen bij het opstellen van de Regionale Energiestrategieën.

In het vervolg daarop dienden drie Tweede Kamerleden op 22 mei jl. een nieuwe motie in om voorlopig geen nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden toe te staan. Nu onder meer Holland Solar, de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), Energie-Nederland en Greenpeace Nederland vreesden dat deze motie mogelijk zonneparken op het laatste moment in gevaar zou brengen omdat gemeenten in dat geval tot de definitieve vaststelling van de RES’en in 2020 geen vergunningen voor zonneparken zouden kunnen verlenen, werd de motie aangehouden en vervolgens herzien. Met deze herziene motie stemde de Tweede Kamer in.

Vóór 1 juli 2019, wanneer het ontwerp van de Nationale Omgevingsvisie (ontwerp-NOVI) wordt verwacht, komt er meer duidelijkheid over een voorkeursvolgorde voor zonnepanelen. Deze voorkeursvolgorde wordt dan meegenomen in de RES’en en getoetst in het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie. Nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden worden getoetst aan deze zonneladder of, vooruitlopend hierop, aan een vergelijkbaar door decentrale overheden vastgesteld afwegingskader. Het aannemen van deze motie zal ook met zich meebrengen dat regels en subsidie-instrumenten worden gewijzigd.

Eind 2019 moet iedere regio een concept-versie van de RES opleveren, te weten 6 maanden na ondertekening van het definitieve Klimaatakkoord. Indien blijkt dat het de regio’s onvoldoende is gelukt om tot een regionale invulling van de opgave te komen, wordt er aan de hand van het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie een met de decentrale overheden te ontwikkelen verdeelsystematiek toegepast. Daarmee zou het kabinet dus ook taakstellingen voor zonne-energie kunnen gaan opleggen.

Raadpleeg hier de oorspronkelijke motie Faber, hier de motie van 22 mei jl. en hier de gewijzigde motie Faber.

Door Aart Jan van der Ven en Marije van Mannekes

https://www.omgevingsweb.nl/partners/pels-rijcken-droogleever-fortuijn

Meer van Omgevingsweb