Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb
0

Stikstof: afkap 25 km, bouwvrijstelling en overdracht van rechten

De ontwikkelingen in de stikstofwetgeving gaan nog steeds snel. In dit lange artikel leest u over de afkap van de stikstofdepositie op 25 kilometer, de stikstof-vrijstelling voor de bouw en de overdracht van stikstofrechten via extern salderen of de aankoop van een nieuw perceel.

15 juli 2021

Artikelen

Artikelen

Vaste afstandsgrens van 25 km voor alle emissiebronnen

Voor het berekenen van de depositie van stikstofneerslag ten behoeve van de aanvraag voor een natuurvergunning, gaat een vaste afstandsgrens van 25 kilometer gelden. Als een emissiebron dus stikstofdepositie veroorzaakt op een Natura 2000-gebied op meer dan 25 km van het bedrijf, hoeven hiervoor dus geen maatregelen te worden getroffen. Dat schrijft minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in haar brief aan de Tweede kamer van 9 juli 2021.

Voor de industrie gelden op dit moment nog geen afstandsgrenzen, terwijl voor infrastructurele projecten rekening wordt gehouden met de stikstofdepositie tot 5 kilometer van de weg. Volgens minister Schouten leidt een vaste afstandsgrens voor alle emissiebronnen tot meer duidelijkheid en een gelijkwaardige behandeling van emissiebronnen bij de beoordeling van een vergunningaanvraag.

AERIUS Calculator, dat gebruikt wordt om de stikstofdepositie te berekenen, zal hierop worden aangepast. Dit is naar verwachting eind 2021 of begin 2022 gereed.

Stikstof vrijstelling voor bouwactiviteiten

Op 1 juli 2021 is de Wet natuurbescherming en het Besluit natuurbescherming op onderdelen gewijzigd. Eén van deze onderdelen is een partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht op grond van artikel 2.9a Wet natuurbescherming:

2.9a: De gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door bij algemene maatregel van bestuur aangewezen activiteiten van de bouwsector, worden buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van artikel 2.7, tweede lid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld.

Het gevolg: stikstofdepositie van de aangewezen activiteiten van de bouwsector hoeven niet betrokken te worden bij de Wnb-vergunningplicht.

In artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming zijn deze activiteiten aangewezen:

2.5: Als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a van de wet worden aangewezen:

a. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoers-bewegingen;

b. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen.

Conclusie: De reikwijdte van de partiele wijziging is erg ruim. Onder deze vrijstelling valt o.a.:

  • het bouwen van een bouwwerk (waaronder ook het vernieuwen, veranderen en vergroten van bestaande bouwwerken);

  • het slopen van een bouwwerk, en/of;

  • het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Inclusief vervoersbewegingen tijdens de aanleg.

In de memorie van toelichting is een ruimte lijst van voorbeelden opgenomen waaronder de bouw en sloop van utiliteitsgebouwen, bouw- en aanlegactiviteiten voor duurzame energie opwekking en het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein.

Voor de natuurvergunning blijven er voor deze situaties dan 2 opties over. Als er geen andere significante gevolgen zijn (behoudens stikstof depositie tijdens aanleg) op Natura 2000-gebieden, dan is er dus géén natuurvergunning nodig. Als er wel andere effecten zijn (geluid, licht, koelwater etc.), dan gaat het om een partiële vrijstelling en moet er alsnog een natuurvergunning worden aangevraagd, waarbij de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase buiten beschouwing kan worden gelaten.

Overdracht stikstofrechten door extern salderen en aankoop nieuw perceel

Veel Natura 2000-gebieden staan onder druk wat betreft de instandhoudingsdoelstellingen als het gevolg van stikstofdepositie. Mede door ontwikkelingen in wet- en regelgeving en de rechtspraak over stikstofdepositie is het een uitdaging of soms niet mogelijk om voor een nieuwe activiteit een natuurvergunning te verkrijgen. Een natuurvergunning die een bepaalde hoeveelheid stikstofdepositie toestaat is dus van grote waarde qua tijd, geld en het uitbreiden van de bedrijfsactiviteiten op het aangekochte perceel.

Daardoor leeft de handel in stikstofrechten. Overdracht van stikstof kan door middel van extern salderen of door aankoop van percelen met bedrijfsactiviteiten waar een natuurvergunning met stikstofruimte op van toepassing is. Voor beide gelden randvoorwaarden die niet vergeten moeten worden wil men succesvol van een van beide methoden gebruik willen maken.

Situatie 1: extern salderen

Extern salderen is het salderen met één of meer activiteiten buiten de begrenzing van één project of locatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning en is een mitigerende maatregel die onderdeel is van de Passende Beoordeling voor de aanvraag van de natuurvergunning.

Op 9 juli 2021 is bekendgemaakt dat er voortaan een afkapgrens geldt van 25 kilometer voor de effectberekening van stikstofdepositie. Dit heeft niet alleen betrekking op een emissiebron, maar ook het effect van maatregelen. Aangezien extern salderen een maatregel is kan er daardoor slechts gesaldeerd worden met bronnen tot en met 25 kilometer van de locatie waarvoor gesaldeerd gaat worden.

Voordat een natuurvergunning waarbij extern gesaldeerd wordt aangevraagd verlangt het bevoegd gezag dat vooraf aan de aanvraag een melding is gedaan waarin het voornemen van extern salderen kenbaar is gemaakt.

De aangekochte stikstofrechten moeten voor 30% worden ingezet voor natuurverbetering. De overige 70% kan toegepast worden voor project. De stikstofruimte wordt gerealiseerd door het stoppen van de activiteit van saldogever. Daarbij mag alleen de feitelijk gerealiseerde ruimte van saldogever gestopt worden voor het realiseren van stikstofruimte. Dit heeft betrekking op de fysieke aanwezigheid van gebouwen, installaties, stallen et cetera. Als peildatum voor de feitelijk gerealiseerde ruimte geldt het moment van het indienen van de aanvraag van de natuurvergunning door de saldo-ontvanger.

Ter verzekering van het stoppen van de activiteit van saldogever dient een privaatrechtelijke overeenkomst te worden gemaakt tussen saldogever- en ontvanger. Hierin wordt naast prijsafspraken ook vastgelegd hoeveel ruimte toekomt aan saldo-ontvanger en hoeveel aan natuurverbetering. Ook moet geborgd zijn dat niet gerealiseerde stikstofruimte van saldogever ingetrokken wordt met het (gedeeltelijk) intrekken van de natuurvergunning. Ook is aanbevolen afspraken te maken op welk moment saldogever de vergunningen laat intrekken of dat saldo-ontvanger daartoe wordt gemachtigd.

De natuurvergunning van saldo-ontvanger kan pas worden aangevraagd als de intrekking van de vigerende vergunningen van saldogever (milieuvergunning, natuurvergunning, melding activiteitenbesluit) onherroepelijk zijn. Dit ter voorkoming dat de activiteit van saldogever legaal bestaat naast de activiteit van saldo-ontvanger. Er dient daarom rekening gehouden te worden met de procedure doorlooptijd en wanneer na besluitvorming de intrekking onherroepelijk is.

Bij de aanvraag van de natuurvergunning zal een passende beoordeling moeten worden gevoegd, alsmede het akkoord van het bevoegd gezag op de (gedeeltelijke) intrekking vergunningen, bewijsstukken dat de installaties/stallen etc. die worden gestopt feitelijk aanwezig waren bij saldogever (foto’s, facturen etc.) en de privaatrechtelijke overeenkomst tussen saldogever en saldo ontvanger.

Situatie 2: aankoop perceel met natuurvergunning

Als een perceel met een activiteit waar een natuurvergunning met stikstofruimte voor is verleend wordt aangekocht, dan zullen de van toepassing zijnde vergunningen overgedragen moeten worden. Het is van belang hier afspraken over vast te leggen in de koopovereenkomst.

In de Wet natuurbescherming is niets geregeld over de overgang van een natuurvergunning op een andere (rechts)persoon. Maar dat betekent niet dat een natuurvergunning niet op een ander kan overgaan. Het zaaksgebonden karakter van de natuurvergunning verzet zich daar immers niet tegen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft daarom geoordeeld dat de bevoegdheid om de tenaamstelling te wijzigen besloten ligt in de bevoegdheid om een vergunning te verlenen.[1]

Het bevoegd gezag kan daarom medewerking verlenen aan een verzoek van een belanghebbende om wijziging van de tenaamstelling van de natuurvergunning wat resulteert in een formeel besluit. Dezelfde procedure moet gevolgd worden als die van de aanvraag van een nieuwe vergunning. Het bevoegd gezag kan in plaats van de wijziging van de tenaamstelling er ook voor kiezen om een nieuwe natuurvergunning te verlenen.

De wijziging van de tenaamstelling vereist dat men belanghebbende is. Als men eigenaar is of de te naam gestelde van de vergunning, dan ben je aan te merken als belanghebbende. Verkoper is daarom per definitie belanghebbende. Koper is formeel pas belanghebbende na het passeren van de koop bij de notaris. Er kan daarom in de koopovereenkomst worden afgesproken dat verkoper de wijziging van de tenaamstelling aanvraagt voor het passeren of dat koper wordt gemachtigd namens de verkoper.

Mocht ervoor worden gekozen tot het passeren van de koopovereenkomst, dan is koper vanaf het moment van passeren eigenaar en daardoor belanghebbende. Koper kan dan zelf de wijziging tenaamstelling aanvragen. Totdat de tenaamstelling is gewijzigd is koper wel vergunninghouder en daarom ook gebonden aan de vergunning.

Het door koper inzetten van de gekochte stikstofrechten voor een andere activiteit dan hetgeen gekocht is mogelijk door intern of extern salderen. Intern salderen kan als de huidige activiteit gestopt wordt voor een andere activiteit op diezelfde locatie. Dit is vergunningsvrij. Ook kan koper de stikstofrechten inzetten voor een andere activiteit op een andere locatie door middel van extern salderen waarbij rekening gehouden moet worden met de hiervoor besproken voorwaarden.

Voetnoten

[1] Uitspraak ECLI:NL:RVS:2021:667

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.