nieuws

Samenwerkende gemeenten kunnen uittreden makkelijker maken

07-09-2016

Gemeenten zitten vanwege de hoge uittreedkosten teveel gevangen in gemeenschappelijke regelingen.

Dat is het oordeel van de Denktank van de VNG, zoals opgenomen in zijn Jaarbericht 2016​ . Daarom wordt aangeraden om in de Wgr regels op te nemen die voor individuele gemeenten het uittreden uit een gemeenschappelijke regeling vergemakkelijken. Echter, de wet biedt nu al de mogelijkheid voor samenwerkende gemeenten om hiervoor vooraf afspraken te maken.

Nu vaak hoge uittreedsom

De Denktank stelt dat nu voor de meeste gevallen te eenvoudig geldt dat een uittredende gemeente alle kosten volledig moet vergoeden die het uittreden voor de andere partners met zich brengt. Feitelijk geldt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State– als niets over de berekening van de uittreedsom in de regeling is bepaald – in elk geval de volgende twee methoden aanvaardbaar acht waarmee de kosten worden vergoed:

​1) de uittredende deelnemer betaalt over een periode van vijf jaar de eigen kosten voor deelname door, waarbij de bijdrage ieder jaar met twintig procent afneemt (KB van 14 mei 1985, AB 1985/424);

​2) de uittredende deelnemer betaalt de directe reële schade als gevolg van de uittreding met een overbruggingsperiode van vijf jaar (ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:20156:1198). Daarbij is het ook mogelijk om de vaste kosten als schadecomponent in de berekening van de uittreedsom mee te nemen.

VNG-denktank: de wet moet uittreedsom beperken

Hoe dan ook, volgens de Denktank worden gemeenten door de hoge uittredingskosten te zeer beperkt in hun ruimte om in vormen van samenwerking te bewegen. De wet zou in zijn ogen ook andere bekostigingsstelsels voor bepaalde gemeenteschappelijke regelingen

kunnen regelen. Daarbij wordt gewezen op bijvoorbeeld een betaling per afgenomen dienst na een startsubsidie voor een gemeenschappelijke regeling of het inbrengen van eigen medewerkers die op de loonlijst van individuele gemeenten blijven staan (p. 28).

Gemeenten kunnen nu al zelf lagere uittreedsom van tevoren afspreken

De Denktank gaat er met zijn oproep aan de wetgever aan voorbij dat de Wgr juist veel vrijheid aan gemeenten zelf laat om onderling afspraken te maken. In artikel 9 staat namelijk slechts dat in de regeling bepalingen over uittreding moeten worden opgenomen. Wat die bepalingen inhouden, zoals welke kosten vergoed moeten worden bij uittreding, wordt niet voorgeschreven. Colleges van burgemeester en wethouders kunnen dan ook zonder meer een (aparte) afscheidsregeling overeenkomen die meebrengt dat lang niet de werkelijke prijs betaald hoeft te worden als een partner besluit om uit te treden. Overigens geldt soms dat uittreding überhaupt niet aan de orde is, als verplicht (in een bepaald verband) moet worden samengewerkt, zoals binnen de veiligheidsregio of omgevingsdienst.

Kortom, het is niet zozeer de wetgever die aan zet is om de regionale bewegingsruimte van gemeenten te vergroten, maar samenwerkende gemeenten zelf. De bekostigingssystematiek van het samenwerkingsverband is sowieso iets dat deelnemers zelf in hun regeling kunnen bepalen.