nieuws

Raad van State vraagt conclusie over correctie op relativiteitsvereiste

27-08-2015

Sinds de inwerkingtreding van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht per 1 januari 2013 heeft de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de 'Raad van State') de mogelijkheid om in bepaalde kwesties een conclusie aan de staatsraad advocaat-generaal te vragen. De bedoeling van zo'n conclusie is om een rechtsvraag die in een bepaalde zaak naar voren komt in een breder verband te kunnen plaatsen en beantwoorden.

Sinds de inwerkingtreding van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht per 1 januari 2013 heeft de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de 'Raad van State') de mogelijkheid om in bepaalde kwesties een conclusie aan de staatsraad advocaat-generaal te vragen. De bedoeling van zo'n conclusie is om een rechtsvraag die in een bepaalde zaak naar voren komt in een breder verband te kunnen plaatsen en beantwoorden.

Inmiddels zijn conclusies verschenen over het begrip bestuursorgaan en over de verschillende rechtsgevolgen van een melding. Op 12 augustus 2015 heeft de Raad van State de advocaat-generaal gevraagd een conclusie uit te brengen over het relativiteitsvereiste dat sinds 1 januari 2013 in de Algemene wet bestuursecht is opgenomen.

In de onderhavige zaak ging het om het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarmee de vestiging van een nieuwe bouwmarkt mogelijk werd gemaakt. Een concurrerende bouwmarkt is tegen dit vaststellingsbesluit opgekomen en heeft daarbij naar voren gebracht dat de nieuwe bouwmarkt niet kan voldoen aan allerlei veiligheidsnormen. De vraag is of deze concurrent een beroep op deze normen kan doen of dat het relativiteitsvereiste zich daartegen verzet.

De vraag die aan de advocaat-generaal is voorgelegd, is of in het bestuursrecht een correctie op het relativiteitsvereiste zou moeten gelden. Die correctie zou dan inhouden dat een besluit dat in strijd is met een geschreven rechtsregel die niet de belangen beoogt te beschermen van degene die tegen dat besluit opkomt, ook in strijd kan zijn met een ongeschreven norm (bijvoorbeeld het gelijkheidsbeginsel of rechtszekerheidsbeginsel) die wel de belangen beschermt van degene die opkomt tegen het besluit.

In het civiele recht kent men die correctie al langer: de zogenaamde correctie-Langemeijer.
Als die correctie ook in het bestuursrecht zou gelden, kan dat betekenen dat de concurrerende bouwmarkt zich wel op de schending van de veiligheidsnormen kan beroepen, terwijl die veiligheidsnormen niet strekken tot bescherming van zijn belangen. Zodra de conclusie is gepubliceerd, berichten wij u uiteraard wederom.

Meer van Omgevingsweb