nieuws

Prijzen nieuwbouwkoopwoningen 16 procent hoger

09-10-2019

bron: CBS

Nieuwbouwkoopwoningen waren in het tweede kwartaal van 2019 ongeveer 16 procent duurder dan een jaar eerder. De prijzen stegen daarmee harder dan in de rest van de Europese Unie (EU). De prijzen van bestaande koopwoningen stegen in dezelfde periode met 7,2 procent. De prijs van een koopwoning is daarmee gemiddeld gestegen met 8,3 procent. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS en het Kadaster.

In de afgelopen viereneenhalf jaar waren de verkoopprijzen van koopwoningen elk kwartaal hoger dan een jaar eerder. De stijgende trend in de prijzen zet door in het tweede kwartaal van 2019. De prijzen van nieuwbouwkoopwoningen stijgen nu zeven kwartalen op rij sterker dan die van bestaande koopwoningen.

Prijzen koopwoningen (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Jaar Kwartaal Nieuwbouwkoopwoningen Bestaande koopwoningen
2015 1e kwartaal 3,0 2,4
2e kwartaal 5,5 2,5
3e kwartaal 12,7 2,9
4e kwartaal 7,7 3,5
2016 1e kwartaal 6,9 4,1
2e kwartaal 4,4 4,4
3e kwartaal 1,9 5,6
4e kwartaal 5,4 6,1
2017 1e kwartaal 6,1 6,8
2e kwartaal 6,3 7,7
3e kwartaal 6,2 7,6
4e kwartaal 10,2 8,2
2018 1e kwartaal 11,5 9,0
2e kwartaal 11,7 8,8
3e kwartaal 16,3 9,2
4e kwartaal 10,1 9,0
2019 1e kwartaal 9,5 7,9
2e kwartaal 16,0 7,2

Verkochte koopwoningen 8,3 procent duurder

De prijzen van alle verkochte Nederlandse koopwoningen in totaal, uitgedrukt in de huizenprijsindex, waren in het tweede kwartaal 8,3 procent hoger dan een jaar eerder. Sinds eind 2013 werden bestaande koopwoningen elk jaar duurder. Voor nieuwbouwkoopwoningen zette deze trend een jaar later in. Sinds het vierde kwartaal van 2017 stijgen de prijzen van nieuwbouwkoopwoningen sterker dan die van bestaande koopwoningen.

Huizenprijsindex (2015=100)
Jaar Kwartaal Totaal koopwoningen Nieuwbouwkoopwoningen Bestaande koopwoningen
2011 1e kwartaal 111,1 108,7 111,5
2e kwartaal 109,6 103,8 111,0
3e kwartaal 109,0 104,3 110,2
4e kwartaal 107,1 102,4 108,3
2012 1e kwartaal 105,1 96,5 106,9
2e kwartaal 103,3 96,4 104,9
3e kwartaal 99,3 93,0 100,7
4e kwartaal 99,7 99,7 100,1
2013 1e kwartaal 97,0 93,6 97,8
2e kwartaal 95,0 91,5 95,8
3e kwartaal 95,6 94,0 96,1
4e kwartaal 95,3 93,9 95,8
2014 1e kwartaal 95,8 94,0 96,3
2e kwartaal 96,2 93,1 96,9
3e kwartaal 96,8 91,4 97,8
4e kwartaal 97,3 94,7 97,9
2015 1e kwartaal 98,3 96,8 98,6
2e kwartaal 99,1 98,2 99,4
3e kwartaal 101,1 103,0 100,7
4e kwartaal 101,4 102,0 101,3
2016 1e kwartaal 102,8 103,5 102,6
2e kwartaal 103,6 102,6 103,7
3e kwartaal 106,2 104,9 106,3
4e kwartaal 107,5 107,5 107,5
2017 1e kwartaal 109,7 109,9 109,6
2e kwartaal 111,4 109,0 111,7
3e kwartaal 114,0 111,4 114,4
4e kwartaal 116,7 118,5 116,3
2018 1e kwartaal 119,9 122,5 119,4
2e kwartaal 121,7 121,8 121,6
3e kwartaal 125,6 129,6 124,9
4e kwartaal 127,3 130,5 126,7
2019 1e kwartaal 129,7 134,2 128,9
2e kwartaal 131,8 141,3 130,4

Huizenprijzen stijgen het hardst in Hongarije

Nederland behoort tot de top tien van landen waar nieuwbouw- en bestaande koopwoningen het meest in prijs zijn toegenomen vergeleken met een jaar eerder. Gemiddeld werden in het tweede kwartaal van 2019 de huizen binnen de EU jaar-op-jaar 4,2 procent duurder; in Nederland was de stijging van de gemiddelde koopprijs van alle koopwoningen gezamenlijk met 8,3 procent ongeveer twee keer zo hoog. Alleen in Hongarije, Luxemburg, Kroatië, Letland, Portugal en Tsjechië stegen de prijzen meer. In Nederland stegen de prijzen van nieuwbouwkoopwoningen met 16,0 procent het hardst in vergelijking met de rest van Europese Unie. Luxemburg staat in dit rijtje op de tweede plaats met een stijging van 11,5 procent.

Huizenprijsindex, 2e kwartaal 2019 (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Land Huizenprijzen
Hongarije 14,0
Luxemburg 11,4
Kroatië 10,4
Portugal 10,1
Letland 9,0
Tsjechië 8,7
Nederland 8,3
Slowakije 8,3
Polen 8,2
Cyprus 8,0
Oostenrijk 6,7
Litouwen 6,6
Malta 6,2
Estland 5,8
Slovenië 5,8
Spanje 5,4
Duitsland 5,2
Bulgarije 5,0
Noorwegen 4,8
Europese Unie 4,2
Frankrijk 3,2
België 3,1
Denemarken 2,9
Ierland 2,5
Zweden 2,2
Roemenië 1,8
Verenigd Koninkrijk 1,4
Finland 0,8
Italië -0,2