nieuws

Onteigening anno 2021

15-04-2019

Als het aan het kabinet ligt, gaat de onteigeningsprocedure op de schop in het kader van de invoering van de Omgevingswet. De huidige Onteigeningswet, waarvoor de basis nog door Thorbecke is gelegd in 1851, verdwijnt dan na meer dan anderhalve eeuw definitief uit beeld.

De tweedeling tussen een administratieve procedure – waarin het erom gaat of er voldoende noodzaak is om te onteigenen – en een rechtbankprocedure bij de civiele rechter – waarin de te betalen schadevergoeding centraal staat – blijft in grote lijnen in stand. Of beter gezegd; die wordt weer meer zoals Thorbecke dat had gedacht: de burgerlijke rechter oordeelt straks alleen nog maar over de te betalen schadeloosstelling. Met de beoordeling van de vraag of er voldoende reden is om eigendom te ontnemen houdt hij zich niet meer bezig. De vraag of een onteigening moet plaatsvinden wordt straks exclusief behandeld in de administratieve procedure.

Centraal in de toekomstige administratieve procedure staat een onteigeningsbesluit, te nemen door bijvoorbeeld een gemeenteraad of provinciale staten. Dat besluit moet wel – en dat is nieuw – getoetst worden door een bestuursrechter. Die toets is niet afhankelijk van het initiatief van de grondeigenaar, die daartoe beroep zou moeten instellen: het initiatief ligt daarentegen bij de onteigenende overheid, die het onteigeningsbesluit ter bekrachtiging moet voorleggen aan de bestuursrechter. Die procedure wijkt dus af van hetgeen gebruikelijk is onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat geldt ook voor de toetsing die de rechter moet uitvoeren alvorens te bekrachtigen. Die wordt – waarschijnlijk – indringender dan onder de Awb gebruikelijk is. Tegen een uitspraak van de bestuursrechter – positief of negatief voor de onteigenaar – staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Als de bestuursrechter het onteigeningsbesluit onherroepelijk heeft bekrachtigd, kan een notaris een onteigeningsakte opstellen. Hij moet dan wel nog controleren of er overeenstemming bestaat met de eigenaar over de schadevergoeding en of die is betaald. Zo ja, dan kan de akte in het kadaster worden ingeschreven en gaat de eigendom over.

Maar staat de schadeloosstelling nog ter discussie, dan moet de onteigenaar eerst nog bij de burgerlijke rechter een procedure starten om die vast te laten stellen. Door de rechtbank te benoemen deskundigen moeten het te onteigenen perceel of gebouw dan opnemen en de onteigenende overheid moet een voorschot betalen, wil de notaris in die situatie een onteigeningsakte kunnen opstellen en inschrijven, waarmee de eigendom wordt verworven. Daarna kan de discussie over de schadeloosstelling worden voortgezet bij de rechtbank. Tegen een rechtbankuitspraak daarover staat – net als nu – cassatieberoep open bij de Hoge Raad.

Het wetsvoorstel beoogt geen wijziging te brengen in het materiële onteigeningsrecht: de regels die de rechter bij de vaststelling van de schadeloosstelling in acht moet nemen, blijven ongewijzigd.

Meer van Omgevingsweb

Gerelateerd nieuws

Onteigening: regels en taxeren

In deze cursus krijgt u naast de basisbeginselen ook diepgang en discussie: opbouw onteigeningsdossier, recente ontwikkelingen, verhouding gedoogplicht onteigening, voorkeursrecht en Omgevingswet.

→ Lees meer

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws. Word lid van onze gratis nieuwsbrief!

Schrijf je in