Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Onteigenen, nu of na invoering van de Omgevingswet?

Een belangrijk deel van de bestaande wetgeving m.b.t.
ruimtelijke ordening zal worden opgenomen in de Omgevingswet.

Pekelder, Erik
21 januari 2020

Artikelen

Artikelen


De Omgevingswet zal volgens de officiële planning per 1 januari 2021 in werking treden. Los van de vraag of deze datum gehaald zal worden, is het voor gemeenten (maar ook voor provincies en het Rijk) van belang om bij geplande ruimtelijke ontwikkelingen een keuze te maken om de gereedschapskist nu open te maken om de bestaande grondbeleidsinstrumenten in te zetten of om te wachten op de Omgevingswet.
 
Grondverwervingsinstrumenten in de Omgevingswet
De belangrijke grondverwervingsinstrumenten die in de Omgevingswet terugkomen zijn de vestiging van het voorkeursrecht (nu: op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten) en onteigening (nu: op basis van de Onteigeningswet). In deze blog wordt ingezoomd op onteigening.
 
Huidige administratieve onteigeningsprocedure 
Op basis van de huidige wetgeving wordt het verzoekbesluit tot aanwijzing van gronden ter onteigening door de gemeenteraad (of ander bevoegd gezag) genomen. Daarna volgt de administratieve onteigeningprocedure die namens het betreffende ministerie wordt gevoerd door Rijkswaterstaat Corporate Dienst. Na behandeling van eventuele zienswijzen en een hoorzitting wordt het Koninklijk Besluit (hierna: KB) genomen waarin de in het verzoekbesluit betrokken gronden ter onteigening worden aangewezen. Na een laatste minnelijke aanbieding kan de gerechtelijke procedure starten, waarin de onteigening wordt uitgesproken en de schadeloosstelling wordt vastgesteld.   
 
Toekomstige administratieve onteigeningsprocedure
Op basis van de Omgevingswet neemt de gemeenteraad (of ander bevoegd gezag) zelf een onteigeningsbeschikking. Deze beschikking wordt na behandeling van ingediende bedenkingen bekrachtigd door de bestuursrechter, waarna hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hierna kan de gerechtelijke procedure starten.
Dit is een belangrijke wijziging ten opzichte van de huidige administratieve onteigeningsprocedure.
 
Rijkswaterstaat Corporate Dienst heeft de afgelopen jaren ruime ervaring opgedaan met de administratieve onteigeningsprocedure en de behandeling van zienswijzen die uiteindelijk leiden tot de KB's die in de afgelopen jaren zijn genomen. Uit deze KB's volgt het bestendige beleid van de Kroon. De rechtbanken, die onder de Omgevingswet de onteigeningsbeschikkingen moeten bekrachtigen, hebben dergelijk beleid (nog) niet. Hetzelfde geldt voor de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die de hoger beroepen inzake onteigening zal gaan behandelen.
 
Een vergelijking qua procedure en doorlooptijd
Onder de Onteigeningswet start de gerechtelijke procedure nadat het KB is geslagen en het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. De Omgevingswet verklaart het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing op het verzoek tot vaststellen van de schadeloosstelling (artikel 15.36 Omgevingswet). De procedure start met een procesinleiding waarin de rechtbank wordt verzocht om de schadeloosstelling vast te stellen. Belanghebbenden krijgen gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Vervolgens vindt een zitting plaats ter beproeving van schikkingsmogelijkheden. Als er niet geschikt wordt, worden deskundigen benoemd en vindt de descente plaats.  
 
Van de huidige onteigeningsprocedure kan een indicatie van de looptijd van de administratieve procedure worden gegeven, zij het dat de termijn tussen het indienen van het verzoekbesluit bij het ministerie en de tervisielegging van het ontwerp-KB onbepaald is. In de praktijk blijkt dat die periode momenteel zelfs kan oplopen tot een jaar, afhankelijk van het aantal dossiers dat Rijkswaterstaat Corporate Dienst in behandeling heeft en nadere gegevens die moeten worden aangeleverd door de gemeente. Dan volgt nu nog de gerechtelijke procedure bestaande uit de onteigeningsprocedure (zeg 3 maanden) en de schadeloosstellingsprocedure (zeg ongeveer een jaar). Onder de Omgevingswet wordt de doorlooptijd afhankelijk van het inplannen en de behandeling van de onteigeningsprocedure bij de rechtbank èn de Raad van State, wanneer beroep wordt ingesteld. De duur van de procedure wordt daardoor ongewis. Onze inschatting is dat onteigening onder de Omgevingswet langer zal gaan duren dan nu het geval is.
 
Wat te doen?
Als u plannen heeft op het gebied van ruimtelijke ordening waarvoor grondverwerving c.q. onteigening een vereiste is, adviseren wij om na te gaan of deze versneld in procedure kunnen worden gebracht. Er is dan vóór de invoering van de Omgevingswet sprake van een vastgesteld  bestemmingsplan, op basis waarvan een verzoekbesluit kan worden ingediend dat door Rijkswaterstaat Corporate Dienst behandeld zal worden volgens de huidige wetgeving, i.c. de Onteigeningswet. Dan is bekend hoe de procedure loopt en wat bij benadering de doorlooptijd is. Als de Omgevingswet in werking is getreden, lopen nieuwe onteigeningsprocedures via het bestuursrechtelijke traject. Hoewel de rechtbanken en de Raad van State zich op de Omgevingswet zullen voorbereiden, zal er toch eerst sprake zijn van een overgangsperiode, waarin de nieuwe procedure nog niet is uitgekristalliseerd en onvoorziene gevolgen opgelost moeten worden.
 
Wij kunnen u bijstaan met een projectplanning en het opstellen van een verwervingsstrategie. Daaruit kan blijken of het wenselijk is om de onteigening onder de huidige wetgeving te starten of te wachten op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel delen