Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Luuk Boerema over een drempelwaarde stikstof voor de bouw: een goed idee of niet?

Onlangs gaf Schouten in een kamerbrief aan dat het kabinet een drempelwaarde voor de bouw wil onderzoeken om zo de toestemmingsverlening van nieuwbouw te vereenvoudigen. Is dit een goed idee of niet? Luuk Boerema geeft hieronder zijn antwoord op deze vraag.

Boerema, Luuk
1 juli 2020

Opinie

Opinie

Volgens de cijfers van het RIVM draagt de bouw slechts voor 0,6% bij aan de totale stikstofdepositie. Hierdoor raakt de stikstofproblematiek de woningbouw disproportioneel. Een belangrijk argument om nu eerst over te gaan tot een drempelwaarde specifiek voor de woningbouw ligt besloten in a) het feit dat veilig wonen een mensenrecht is - de minister van BZK is hiervoor al op haar vingers getikt door het College voor de Rechten van de Mens - en b) de aard van de stikstofproblematiek, waaraan de bouwsector dus maar in zeer geringe mate bijdraagt.

De Commissie Hordijk heeft vastgesteld dat in de berekenketen van het stikstofberekeningsmodel AERIUS Calculator tussen emissie (uitstoot) en depositie (neerslaan op de natuur) een aantal onzekerheden bestaan: in de beleidstoepassing van AERIUS Calculator worden kleine verschillen in concentraties en depositie berekend op basis van emissies van projecten. Daarbij wordt een zeer lage drempelwaarde gebruikt om vast te stellen of een project significant bijdraagt aan de depositie. Dit is een dusdanig lage waarde dat die meet-technisch niet aan te tonen is op enige afstand van het betreffende project. Dit levert schijnnauwkeurigheid op, omdat er onvoldoende informatie is om op de gevraagde ruimtelijke schaal de berekening met voldoende nauwkeurigheid uit te voeren. Deze onzekerheid in de berekening is veel hoger dan de gestelde drempelwaarde van 0,005 mol/ha per jaar. De commissie meldt in haar eindadvies dat Aerius calculator daarom niet doelgeschikt is voor vergunningverlening. Echter omdat het model de beste beschikbare methode is, men geen hogere drempelwaarde kan bepalen, en stapeling van kleine effecten mogelijk zou kunnen zijn, stelt men voor het systeem te behouden en aan te passen.

Er is echter ook een andere redenering mogelijk. Als een effect niet met zekerheid kan worden toegerekend aan een project, dan kun je er ook niet de conclusie aan verbinden dat het project significante gevolgen zal hebben. Beperkte toenames houden slechts ‘theoretische zorgen’ in voor een mogelijk effect op de staat van instandhouding van natuurwaarden. Zeker als deze effecten feitelijk slechts tijdelijke effecten zijn. Bij de bouw is namelijk sprake van geringe toenames van uitstoot gedurende de feitelijke bouwfase, dit zijn dus feitelijk zeer geringe tijdelijke toenames. Met de implementatie van de meest recente eisen voor nieuwbouw in het Bouwbesluit is alle nieuwbouw inmiddels aardgasvrij. Ook de verduurzaming van de bestaande gebouwde omgeving leidt tot de implementatie van aardgasvrije technieken.

Een drempelwaarde voor de bouw zou een praktische oplossing vormen voor een maatschappelijk groot vraagstuk. Feitelijk zou naar mijn mening een ecologische onderbouwing van een dergelijke drempelwaarde niet nodig moeten zijn, als de aanname klopt dat er ten gevolge van bouwprojecten geen sprake kan zijn van een toename met significante gevolgen voor natuurwaarden, als:

  • deze aantoonbaar tijdelijk is;

  • deze onder de drempelwaarde blijft die gebaseerd is op modelonnauwkeurigheid;

  • het aandeel van de bouw aan de totale stikstofdepositie relatief zeer gering is;

  • het maatschappelijk belang onbetwist hoog is;

  • innovatie mogelijk is en wordt toegepast om de emissies nog verder te beperken;

  • aanvullend generieke maatregelen worden getroffen die leiden tot aantoonbare daling van de achtergronddepositie. 

In de voorwaarden zitten onderscheidende kenmerken ten opzichte van andere sectoren. Aanvullende voorwaarde voor het gebruik mogen maken van de op deze wijze bepaalde drempelwaarde voor de bouw zou kunnen zijn dat aantoonbaar gebruik moet worden gemaakt van innovaties ter beperking van stikstofemissie, zoals het toepassen van lichtere materialen (houtbouw) of het werken met elektrisch bouwmaterieel.

Een groot voordeel van de beleidsmatige invulling van de toepassing van een drempelwaarde gebaseerd op de meetonzekerheden is dat de meet-technische beperking weliswaar altijd gelijk is, maar beleidsmatige inkleuring tot een specifieke waarde, of een keuze voor het al dan niet toepassen ervan, kan leiden. Zo kunnen verschillen per sector doorwerken in het beleid. Dit maakt het mogelijk om de systematiek toe te passen op andere sectoren, maar daarin met geen, of andere drempelwaardes te werken, of aanvullende voorwaarden te stellen aan het gebruik daarvan.

Hoewel ik mogelijkheden en vooral de praktische voordelen van de toepassing van een drempelwaarde zie, wil ik benadrukken dat de commissie Remkes wezenlijke aanbevelingen heeft gedaan voor aanpassing van het stikstofbeleid. Het gaat slecht met de natuur in Nederland en het kan niet zo zijn dat door toepassing van drempelwaarden voorbij wordt gegaan aan de noodzaak van het investeren in structureel natuurherstel en een geborgde depositiedaling. Hierbij moet in ogenschouw worden genomen dat volgens de Commissie Remkes het ingezette Rijksbeleid niet toereikend is. Voor de daadwerkelijke invulling van natuurherstel en verbetering moeten de aanbevelingen uit het rapport Remkes worden omgezet in concreet beleid. Om niet het risico te lopen op een inbreukprocedure door de Europese Commissie, vanwege het niet nakomen van lidstaatverplichtingen voor herstel van de biodiversiteit, is het dus van groot belang dat hier ook voortgang wordt geboekt.

Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.

Artikel delen

Reacties

Geef een reactie