nieuws

Inschrijving tweede ronde proeftuinen aardgasvrije wijken in december van start

19-11-2019

bron: Rijksoverheid

Gemeenten kunnen weer deelnemen aan de tweede ronde proeftuinen aardgasvrije wijken. Vanaf 1 december tot 1 april 2020 kunnen zij hiervoor een aanvraag indienen.

27 gemeenten doen nu al mee met de proeftuinen voor aardgasvrije wijken. Zij kregen hiervoor een bijdrage van de Rijksoverheid om bestaande woningen en gebouwen via een wijkgerichte aanpak aardgasvrij of aardgasvrij-ready te maken. Om meer gemeenten de gelegenheid te geven ervaring op te doen, gaat de tweede ronde nu van start.

Criteria

De eerste uitvraag is in mei 2019 geëvalueerd. Mede op basis hiervan zijn er enkele wijzigingen in de criteria en de manier van indienen.

Het indienen van een aanvraag kan vanaf 1 december via www.aardgasvrijewijken.nl.

Op 1 december komt ook een rekentool beschikbaar voor de financiële onderbouwing van de aanvraag.

In deze ronde ligt de nadruk op uitvoeringsgereedheid van de aanpak en de robuustheid van de plannen.

Als gevolg van het Klimaatakkoord ligt er nadruk op:

  • de betaalbaarheid voor bewoners;
  • de wijze van het betrekken van bewoners en gebouweigenaren;
  • de wijze van invullen van de regierol van de gemeente;
  • de mogelijkheden om aardgasvrij te verbinden met andere opgaven in de wijk.

Deadline aanvragen: 1 april 2020

Gemeenten kunnen tot 1 april 2020 een aanvraag indienen. De uitvraag wordt toegelicht tijdens enkele regionale bijeenkomsten voor gemeenten. Ook deze bijeenkomsten worden aangekondigd op www.aardgasvrijewijken.nl. De verwachting is dat eind juni 2020 de nieuwe proeftuinen zijn geselecteerd.

Programma Aardgasvrije wijken

In het interbestuurlijke Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) werken de volgende partijen samen om gemeenten en betrokken partijen zo goed mogelijk te ondersteunen in de aardgasvrije opgave:

  • Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
  • Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG);
  • Interprovinciaal Overleg (IPO);
  • Unie van Waterschappen (UvW).

Naast de proeftuinen heeft het programma een Kennis- en Leerprogramma voor gemeenten, onder regie van de VNG. Ook gemeenten die geen aanvraag indienen, kunnen meedoen aan het Kennis- en Leerprogramma.

Kamerbrief: 2e uitvraag voor proeftuinen aardgasvrije wijken

Minister Knops informeert gemeenten over de 2e uitvraag voor proeftuinen aardgasvrije wijken.

U kunt weer een aanvraag indienen voor een proeftuin Aardgasvrije Wijken, dit kan tot en met 1 april 2020. Als proeftuingemeente ontvangt u een financiële bijdrage vanuit het rijk om bestaande woningen en andere gebouwen via een wijkgerichte aanpak aardgasvrij te maken. In deze brief en bijbehorende bijlagen vertellen wij u meer over het aanvraagproces en de ondersteuning en lichten we de voorwaarden toe.

Aardgasvrije opgave

Nederland staat voor de opgave om de CO2-uitstoot voor 2030 met bijna de helft te verlagen. In het Klimaatakkoord 1) zijn afspraken gemaakt hoe we dit samen voor elkaar kunnen krijgen. Eén van de afspraken is dat we via een wijkgerichte aanpak stapsgewijs wijken aardgasvrij maken. Gemeenten hebben de regie in deze opgave.

1) Het Klimaatakkoord ligt nog ter besluitvorming voor aan de leden van de VNG en het IPO.

Het doel is om in 2030 al 1,5 miljoen bestaande huizen en gebouwen zo verduurzaamd te hebben dat ze aardgasvrij zijn of klaar om van het aardgas af te gaan. In 2050 willen we dat alle huizen en gebouwen, in totaal ongeveer 7,7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen, zo goed mogelijk geïsoleerd zijn en verwarmd worden door een duurzaam warmte-alternatief.

Programma Aardgasvrije Wijken

Hoe we een bestaande wijk succesvol ‘aardgasvrij kunnen maken,’ is een veelomvattend proces waar geen eenduidige oplossing voor is. Om die vraag te kunnen beantwoorden, is veel praktijkervaring nodig. Er zijn nog tal van vraagstukken te verkennen, bijvoorbeeld over de mix van technieken, de rol van de gemeente en de betrokken stakeholders, het betaalbaar houden van de aanpak, het betrekken van bewoners en gebouweigenaren en het verbinden van het aardgasvrij maken aan het verbeteren van de woon- en leefomgeving.

Hiervoor is in 2018 het interbestuurlijk Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) van start gegaan. Doel van het PAW is om te leren op welke wijze de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald. Tevens worden op basis van lokale uitvoering knelpunten gesignaleerd, geagendeerd en waar mogelijk opgelost. Om dit te realiseren wordt gebruik gemaakt van een aanpak met proeftuinen en een bijbehorend Kennis- en Leerprogramma (KLP). Proeftuinen zijn wijken, buurten of dorpen waarin we leren hoe we deze vraagstukken kunnen aanpakken. Deze lessen moeten leiden tot een effectieve, inclusieve en opschaalbare aanpak.

Tweede ronde proeftuinen

In oktober 2018 zijn de eerste 27 proeftuinen geselecteerd. Om meer gemeenten de gelegenheid te geven ervaring op te doen, gaan wij het aantal proeftuinen uitbreiden. Daarom nodigen wij u van harte uit om uw voorstel voor een proeftuin in deze tweede ronde in te dienen.
Uiterlijk 1 april 2020 kunt u een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een bijdrage voor een in 2020 te starten proeftuin voor het aardgasvrij of aardgasvrij-ready maken van een bestaande wijk, buurt of dorp.

Het indienen van een aanvraag vindt plaats via een webformulier. Informatie over de voorwaarden, de wijze van indienen en over het selectieproces vindt u in Bijlage I.



Indienen van een aanvraag

De inhoud en de wijze waarop u een aanvraag kunt doen, verschilt ten opzichte van de vorige ronde. Meer dan de vorige keer ligt de nadruk op uitvoeringsgereedheid van de aanpak en de robuustheid van de plannen. Met name de financiële en technische onderbouwing, het participatieplan, de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de regierol en de (mogelijke) verbinding met andere wijkopgaven zijn van belang. Deze aanpassingen hebben wij gedaan naar aanleiding van de evaluatie van de aanvraagprocedure van de eerste ronde. Door specifieke vragen te stellen, geven wij u meer duidelijkheid over de onderdelen waar wij belang aan hechten. Het doel hiervan is de algehele kwaliteit van de aanvragen te vergroten. Tot slot vergroot het stellen van gerichte vragen de vergelijkbaarheid tussen de aanvragen, hetgeen de beoordeling vergemakkelijkt en transparanter maakt (voor meer informatie zie de Kamerbrief 2) van 29 mei 2019).

2) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/05/29/kamerbrief-over-evaluatie-proeftuinen-aardgasvrije-wijken

Ook leggen wij op een aantal zaken meer nadruk als gevolg van het Klimaatakkoord. Dit geldt met name voor de betaalbaarheid voor de bewoners. Daarnaast blijkt uit de huidige proeftuinen dat een aantal factoren bepalend is om een aanpak te laten slagen. Voorbeelden hiervan zijn het op orde hebben van een goede projectstructuur met voldoende capaciteit en middelen en een brede verankering binnen de gemeentelijke organisatie, het aansluiten bij andere opgaven die spelen in de wijk en een doordacht participatie- en communicatieplan, waarbij al op voorhand actief met de wijk is gecommuniceerd over de plannen.

Kennis- en Leerprogramma (KLP) en overige ondersteuning aan gemeenten

Onderdeel van het PAW is het KLP. Het KLP faciliteert gemeenten en proeftuinen in het leren van elkaar en in kennisontwikkeling, het signaleert knelpunten en het verspreidt de geleerde lessen onder alle gemeenten. Naast het PAW wordt u als gemeente ook ondersteund door het Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën (NP RES). Het NP RES begeleidt gemeenten en de andere betrokken partijen bij het opstellen van RES. Daarnaast stellen alle gemeenten Transitievisies Warmte (TVW) op, waarin de planning om aardgasvrij te worden op wijkniveau en de mogelijke warmtealternatieven voor de wijken die voor 2030 aardgasvrij worden, worden beschreven voor de gehele gemeente. Voor het opstellen van de TVW wordt u onder andere ondersteund met de Leidraad die in het kader van het Klimaatakkoord is ontwikkeld door het Planbureau voor de Leefomgeving en wordt uitgebracht en beheerd door het Expertise Centrum Warmte (ECW). Hierover heeft u reeds een brief ontvangen van het ECW.
Ook werkt het PAW samen met andere kennisnetwerken, waaronder het Netwerk Aquathermie, dat de Green Deal Aquathermie uitvoert. Dit netwerk brengt de komende jaren de mogelijkheden in kaart om met aquathermie gebouwen te verwarmen en koelen.

Congres aardgasvrije wijken

Op 23 januari 2020 vindt het eerste Congres Aardgasvrije Wijken plaats. Hier zal de nieuwe uitvraag ook een belangrijke plaats innemen. Tevens wordt u geïnformeerd over de voortgang van de proeftuinen het KLP en andere relevante ontwikkelingen. Wij hopen u daar te mogen verwelkomen! Meer info vindt u op: www.aardgasvrijewijken.nl.


Wij hopen dat uw college de in deze brief genoemde uitdagingen ten volle wil en kan aangaan. Het versnellen van de energietransitie in de gebouwde omgeving en het aardgasvrij maken van bestaande en nieuwe wijken is urgent en uitdagend. De gemeenten hebben daarin een sleutelrol om samen met bewoners en gebouweigenaren een succes te maken van deze aanpak.
Hoogachtend,


De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,


drs. R.W. Knops

De voorzitter van de VNG



Dhr. J. van Zanen


De voorzitter van het IPO


drs. Th.J.F.M. Bovens


De minister van Economische Zaken en Klimaat,


Eric Wiebes


De voorzitter van de UvW


Dhr. R.A.M. van der Sande


Bijlage I Voorwaarden, wijze van indienen en het selectieproces



Voorwaarden

  • Aanvragen kunnen alleen worden ingediend door een gemeente;
  • Aanvragen kunnen alleen worden ingediend voor één wijk, buurt of dorp;
  • De gemiddelde hoogte van de rijksbijdrage zal circa 4 miljoen euro zijn ener wordt uitgegaan van gemiddeld 500 woningen per proeftuin. Het aantal woningen is een richtlijn, hier kunt u gemotiveerd van afwijken. Let wel dat bij vergelijkbare aanvragen, qua aanpak en beoordeelde kwaliteit, kostenefficiëntie een belangrijk afwegingscriterium is. De omgerekende gevraagde bijdrage per woning en per woningequivalent wordt dan meegewogen in de selectie;
  • Alle gebouwen in het gekozen gebied maken deel uit van de aanpak. Het uitsluiten van gebouwen binnen het plangebied (bijvoorbeeld vanwege een andere eigendomssituatie of de functie) is niet mogelijk;
  • De start van de uitvoering van het ingediende plan vindt in 2020 plaats;
  • De uitvoering is gereed in 2028: het uitvoeringsplan is erop gericht en maakt het aannemelijk dat in 2028 de wijk, die gekozen is als proeftuin, van het aardgas zal zijn afgesloten. Of, indien de gemeente kiest voor een aardgasvrij-ready aanpak, dat de wijk in 2028 gereed is om van het aardgas af te gaan. Met aardgasvrij-ready wordt bedoeld dat de gebouwmaatregelen en aanpassingen aan de infrastructuur zijn uitgevoerd en er een concreet plan van aanpak ligt om een alternatieve warmtebron aan te koppelen en het aardgas uit te faseren;
  • De rijksbijdrage kan door u worden ingezet voor de financiering van de onrendabele top bij de uitvoering van het project. Deze kosten moeten direct gerelateerd zijn aan de betreffende proeftuin en het aardgasvrij maken ervan;
  • Meerkosten die gerelateerd zijn aan wijkoverstijgende activiteiten zoals de aanleg van het warmtenet in de naburige wijken (in geval van een warmtenet met een schaal groter dan dat van de gekozen wijk) of investeringen in een externe duurzame warmtebron komen niet in aanmerking voor financiering via de rijksbijdrage;
  • Wordt in de aanpak gekozen voor een warmtenet, dan is het tarievenbesluit voor warmte dat ACM jaarlijks publiceert van toepassing.3) Per 1 januari 2020 bestaat deze uit een maximumprijs (vast en variabel), een eenmalige aansluitbijdrage, een meettarief, een afsluittarief en regulering van de afleverset. Deze onderdelen vallen niet onder de hierboven beschreven meerkosten;
  • Projectgebonden proces- en advieskosten mogen onderdeel uit maken van de gevraagde rijksbijdrage;
  • Het aanvraagformulier dient, op de facultatieve onderwerpen na, volledig ingevuld te worden;
  • Aanvragen die ná 1 april 2020 23:59 binnenkomen, zullen niet in behandeling worden genomen.

3) https://www.acm.nl/nl/warmtetarieven

Met het indienen van een aanvraag verklaart de gemeente dat:

• De aanvraag door haar college is goedgekeurd;


Met het indienen van een aanvraag verklaart de gemeente dat bij selectie:

  • Akkoord te zijn dat de aanvraag actief openbaar wordt gemaakt conform de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). In het aanvraagformulier kunt u aangeven welke informatie u niet openbaar wenst te maken. Dit kan uitsluitend op grond van de uitzonderingsgronden vermeld in de Wob, bijvoorbeeld daar waar het gaat om bedrijfsgevoelige informatie en persoonsgegevens;
  • Zij een actieve rol in het Kennis- en Leerprogramma (KLP) zal spelen en proactief zal zorgen voor overdracht van de kennis die wordt opgedaan in de proeftuin, zowel binnen de gemeente, als tussen de proeftuingemeenten onderling en, via het KLP, naar alle gemeenten van Nederland;
  • Zij medewerking zal verlenen aan de monitoring en de evaluatie van de proeftuin;
  • Zij een convenant zal sluiten met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met daarin afspraken over de inzet en acties van de deelnemende gemeente en de inzet en acties van de ministers van BZK en EZK, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en de Unie van Waterschappen.


Inhoud van de aanvraag

Het aanvraagformulier (zie Bijlage II) is opgebouwd aan de hand van de volgende onderdelen: algemene gegevens, de financiële onderbouwing, technische oplossingen, participatie & communicatie, regie & organisatie en de verbinding met andere opgaven in de wijk. Deze onderdelen moeten volledig ingevuld worden om in aanmerking te komen voor een rijksbijdrage voor de proeftuin. Aanvullend hierop zijn een aantal facultatieve onderwerpen benoemd. Neemt u één van deze onderwerpen mee in uw aanpak, dan kan het zijn dat uw aanvraag, indien de onderbouwing van de rest van uw plan goed is, net wat interessanter is vergeleken met vergelijkbare aanvragen aangezien wij streven naar een zo breed mogelijke portefeuille van proeftuinen om zo het leereffect te maximaliseren.

Wijze van indienen

Indienen van de aanvraag vindt plaats via een webformulier. Uiterlijk 1 december 2019 wordt dit formulier ontsloten op www.aardgasvrijewijken.nl. U kunt met meerdere mensen aan het formulier werken en versies tussentijds opslaan. De vragen die in dit formulier gesteld worden, zijn identiek aan de vragen die in Bijlage II staan. U kunt dus vast starten met de voorbereiding voor het beantwoorden van de vragen.

Beoordeling en selectie

De beoordeling en de selectie zal net als bij de eerste ronde proeftuinen in meerdere fases plaatsvinden. Zijn verplichte onderdelen van de aanvraag niet ingevuld, dan wordt de aanvraag niet verder in behandeling gekomen. Bij het invullen van het webformulier krijgt u een melding als u een vraag heeft overgeslagen.
In de eerste fase van de beoordeling zullen experts, onder coördinatie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl), per thema de kwaliteit van de antwoorden beoordelen. Deze kwaliteitsanalyses zullen als advies worden meegegeven aan de Adviescommissie.

In de tweede fase zal de Adviescommissie Aardgasvrije Wijken, met vertegenwoordigers van de belangrijkste stakeholders 4), de minister van BZK adviseren welke aanvragen geselecteerd zouden moeten worden. De Adviescommissie beoordeelt alle aanvragen op de algehele kwaliteit van de aanvraag. Daarnaast zal bij het advies worden gestreefd naar een zo divers mogelijke portefeuille, waarbij gezocht wordt naar spreiding over technieken, participatieaanpakken en een evenwichtige spreiding over grote/kleine gemeenten, verdeling van huur- en koopwoningen en utiliteitsgebouwen en spreiding over de facultatieve onderwerpen. Dit jaar zal het criterium van de regionale spreiding minder stringent worden toegepast, maar desondanks wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van proeftuinen over geheel Nederland.

4) Zie voor de leden www.aardgasvrijewijken.nl

Heeft u een aanvraag ingediend, dan ontvangt u een motivering, zowel wanneer u geselecteerd wordt als proeftuin als wanneer dat niet het geval is. De selectie zal naar verwachting eind mei bekend worden gemaakt door de minister van BZK.

Voor meer informatie / vragen Voor vragen kunt u terecht bij de helpdesk via www.aardgasvrijewijken.nl/contact

Bijlage II Uitvraag Proeftuinen

Algemene toelichting


In dit formulier leest u welke vragen beantwoord dienen te worden als u een aanvraag wilt doen voor een rijksbijdrage voor deelname met een proeftuin binnen het Programma Aardgasvrije Wijken. Na toekenning van de eerste 27 proeftuinen in oktober 2018 is dit de tweede tranche van proeftuinen. U dient de aanvraag vóór 1 april 2020 in te dienen. Aanvragen dienen volledig te zijn ingevuld op basis van de onderstaande vragen en ingediend te worden via het webformulier dat vanaf 1 december beschikbaar is via de website www.aardgasvrijewijken.nl.

Randvoorwaarden aanvraag

  1. Aanvragen kunnen alleen worden ingediend door een gemeente en hebben betrekking op maximaal één wijk of buurt. De aanvraag dient door het college van B&W te zijn goedgekeurd.
  2. De gemiddelde rijksbijdrage per proeftuin is circa 4 miljoen euro.
  3. Er wordt uitgegaan van gemiddeld 500 woningen per wijk of buurt. Het aantal woningen is een richtlijn, hier kunt u gemotiveerd van afwijken. Alle gebouwen in de gekozen wijk maken deel uit van de aanpak. Het uitsluiten van gebouwen binnen het plangebied (bijvoorbeeld vanwege een andere eigendomssituatie of de functie) is niet mogelijk.
  4. Uitvoering van het uitvoeringsplan voor deze aanvraag dient te starten in 2020. Uiterlijk 8 jaar na de start van de uitvoering, dus uiterlijk in 2028, dient de proeftuin volledig aardgasvrij te zijn of aardgasvrij-ready. Dit laatste betekent dat definitieve aansluiting op de duurzame warmtebron nog niet mogelijk of wenselijk is en dat dit op een later moment plaatsvindt, maar dat de gebouwen al wel klaar zijn om van het aardgas af te gaan. U dient hierbij dan wel aan te geven wanneer u verwacht dat de wijk of buurt waarvoor u een Rijksbijdrage vraagt volledig aardgasvrij kan zijn en wat er nog voor nodig is om de stap te maken van aardgasvrij-ready naar aardgasvrij.
  5. De rijksbijdrage kan door u ingezet worden voor de financiering van de onrendabele top bij de uitvoering van het project.

Contactgegevens

  • Naam gemeente:
    • tekstblok max. 50 tekens 5)
  • Contactgegevens contactpersoon gemeente 6):
    • o N:
    • T:
    • E:
  • Naam en portefeuille verantwoordelijk wethouder:
    • [tekstblok max. 75 tekens]
    • T: (secretariaat)
    • E:


5) Overal waar het maximum aantal tekens staat vermeld in dit formulier, wordt het aantal tekens inclusief spaties bedoeld.
6) Met het invullen van de contactgegevens gaat u ermee akkoord dat er contact met u wordt opgenomen door het Programma Aardgasvrije Wijken en derden (o.a. RVO) die in opdracht werken voor het programma ten behoeve van programma-activiteiten, zoals evaluaties van het programma, analyses en monitoring van de proeftuinen en communicatie-activiteiten.



Algemene gegevens aanvraag

  • Plaatsnaam waar proeftuin plaats zal vinden:
    • [tekstblok max. 50 tekens]
  • Naam wijk:
    • [tekstblok max. 50 tekens]
    • Gevraagde Rijksbijdrage incl. BTW:
    • [in euro’s]


  • Indien u substantieel afwijkt van een bijdrage van 4 miljoen euro (zowel naar benden als naar boven), geef hier dan een motivatie bij.

[tekstblok max. 400 tekens]

  • Over welk deel van de BTW-kosten van de toegekende Rijksbijdrage maakt de gemeente aanspraak op het BTW-compensatiefonds? 7) Dit deel zal niet uitgekeerd worden via het gemeentefonds, maar vraagt de gemeente zelf terug bij het BTW-compensatiefonds. [in euro’s]
  • Gemiddelde investering per woning en woningequivalenten 8) (voor utiliteitsbouw): o Woningen: [in euro’s/woning]
    • Woningen en andere gebouwen totaal (woningequivalenten): [in euro’s/woningequivalent]
    • Waarom kiest u voor deze wijk? [tekstblok max. 2.400 tekens]
    • Geef een beknopte samenvatting van de aanpak voor deze wijk [tekstblok max. 4.000 tekens]

7) Voor vragen over het BTW-compensatiefonds wordt u aangeraden in eerste instantie bij uw eigen financiële afdeling te informeren. Overheden betalen niet in alle gevallen BTW. Afhankelijk van de wijze waarop de wijkaanpak is ingericht, kan uw gemeenten gebruik maken van het BTW-compensatiefonds.
8) Een woning is gelijk aan een woningequivalent (weq). Voor het rekenen met utiliteitsbouw wordt een weq gelijkgesteld aan 130 m2 oppervlakte. Het omrekenen van het totaaloppervlak utiliteitsbouw naar woningequivalenten gaat dus als volgt: Totaaloppervlak utiliteitsbouw / 130 = Q woningequivalenten. Uiteraard geldt dat een woning als 1 weq wordt gerekend.


  • Wat wilt u leren met de proeftuin? [tekstblok max. 2.400 tekens]
  • Is uw aanpak gericht op het aardgasvrij-ready maken van de wijk en niet op het aardgasvrij maken voor 2028? Zo ja, wat is uw reden voor deze keuze en op welke termijn en op welke wijze zal een volledig aardgasvrije wijk worden gerealiseerd? Geef ook aan wat u verstaat onder aardgasvrij-ready. Wat is er in dat geval gerealiseerd in 2028? [tekstblok max. 3.200 tekens]


Wijkgegevens

Onder een wijk wordt verstaan: een aaneengesloten geografisch geheel van gebouwen. Dit hoeft niet overeen te komen met de wijkindeling zoals gehanteerd wordt door het CBS. Ook dorpen en woonkernen vallen onder de definitie. Verder wordt in dit formulier gesproken over “wijk”.
Alle gebouwen in de gekozen wijk maken deel uit van de aanpak. Het uitsluiten van gebouwen binnen het plangebied (bijvoorbeeld vanwege een andere eigendomssituatie of de functie) is niet
mogelijk. Een gefaseerde aanpak van de wijk kan wel, geeft dit helder aan in de planning van de aanpak.

  • Geef een afbakening van de wijk via een bestand in de vorm van een shapefile, waarin de begrenzing gedetailleerd is aangegeven. [upload mogelijkheid als shapefile (met minimaal een .shp, dbf en .shx bestand, in eigen beheer ingetekend of via een per 1 december beschikbare weblink)].

  • Wat is het totaal aantal woningen en wat is het totaal aantal utiliteitsgebouwen in de proeftuin? [#]
  • Aantal woningen die onderdeel uitmaken van de aanpak en het bouwjaar: o < 1945 [#]
    • 1945 – 1959 [#]
    • 1960 – 1979 [#]
    • 1980 - 1999 [#]
    • 2000 - heden [#]
  • Woningtype: o Tussenwoning [#]
    • Hoekwoning [#]
    • Gestapelde bouw [#]
    • Twee-onder-een-kap [#] [#]
    • Vrijstaand [#]
  • Eigendomsverhouding woningen: o Woningbouwcorporatiebezit [#]
    • Particuliere huurwoningen [#]
    • Koopwoningen [#]
    • Overig [#]
  • Aantal utiliteitsgebouwen die onderdeel uitmaken van de aanpak en het bouwjaar: o < 1945 [#]
    • 1945 – 1959 [#]
    • 1960 – 1979 [#]
    • 1980 - 1999 [#]
    • 2000 - heden [#]
  • De gebruiksfunctie van de gebouwen conform de BAG9
    • Kantoor
    • Winkel
    • Gezondheidszorg
    • Logies
    • Onderwijs
    • Bijeenkomst
    • Sport
    • Celfunctie
    • Overig
  • De eigenaren en gebruikers van de gebouwen
  • De oppervlakte van de gebouwen
  • De warmtevraag van de gebouwen ten behoeve van warmtapwater en ruimteverwarming (indien bekend) [tekstblok voor utiliteit max. 4.000 tekens]

9) Nader omschreven in de Catalogus BAG 2018, tabel 8.2.b



Financiële onderbouwing en businesscase


Ten aanzien van de financiële onderbouwing staan de haalbaarheid van het project, de betaalbaarheid voor de bewoners en gebouweigenaren en de kwaliteit van het businesscase(s) centraal.


De Rijksbijdrage kan door u ingezet worden voor de financiering van de meerkosten bij de uitvoering van het project ten opzichte het voortzetten van de huidige situatie (wordt soms ook wel "onrendabele top" genoemd). Hierbij kan onder meer worden gedacht aan een bijdrage aan de wijkgerelateerde projectkosten voor de aanleg of uitbreiding van een warmtenet, de isolatie van woningen en andere gebouwen, het omschakelen naar elektrisch koken (indien dit onderdeel uitmaakt van een bredere aanpak) of energieadvies. Deze kosten moeten direct gerelateerd zijn aan de betreffende proeftuin en het aardgasvrij maken ervan. Meerkosten die gerelateerd zijn aan wijkoverstijgende activiteiten zoals de aanleg van het warmtenet in de naburige wijken (in geval van een warmtenet met een schaal groter dan dat van de gekozen wijk) of investeringen in een externe duurzame warmtebron komen niet in aanmerking voor financiering via de Rijksbijdrage. Wordt in de aanpak gekozen voor een warmtenet, dan is het tarievenbesluit voor warmte dat ACM jaarlijks publiceert van toepassing. 10) Per 1 januari 2020 bestaat deze uit een maximumprijs (vast en variabel), een eenmalige aansluitbijdrage, een meettarief, een afsluittarief en regulering van de afleverset. Deze onderdelen vallen niet onder de hierboven beschreven meerkosten. Projectgebonden proces- en advieskosten mogen onderdeel uit maken van de gevraagde Rijksbijdrage.

10) https://www.acm.nl/nl/warmtetarieven

11) Voor de looptijd van investeringen door eigenaar-bewoners wordt hierbij gerekend met 20 jaar, en voor de rente op deze leningen wordt uitgegaan van 2% (via het warmtefonds).


Zodra het webformulier beschikbaar is (per 1 december 2019), zal er ook een Rekentool ter beschikking worden gesteld. Deze tool is een hulpmiddel om de business cases op te stellen. U mag deze gebruiken, maar dat is niet verplicht. De ingevulde rekentool kunt u uploaden bij vraag 1, daarmee is deze vraag beantwoord.
We adviseren u bij de berekeningen gebruik te maken van de waarden zoals die ook in de leidraad worden gebruikt dan wel zijn gehanteerd bij de doorrekening van het klimaatakkoord11. Wijkt u daarvan af, dan dient u dat te motiveren.

1. Upload een bestand in .xls met daarin:
• Een business case op voor de eigenaar-bewoners. Vermeld in deze business case: a. De verwachte opbrengsten (bijvoorbeeld door een lagere energierekening, eventueel beschikbare subsidies en andere opbrengsten);
b. De investerings- en financieringskosten;
c. De mogelijk ‘aanvullende kosten’ (zoals kosten voor elektrisch koken of energieadviezen);
d. De hoogte van de onrendabele top.


Vermeld ook welke looptijd, rente of discontovoet u hanteert en geef aan waarop u deze baseert.
• Een business case per stakeholder (woningcorporaties, particuliere verhuurders, huurders, eigenaren van maatschappelijk en commercieel vastgoed/utiliteitsgebouwen en energieproducenten/-leveranciers). Vermeld in deze business cases: e. De verwachte opbrengsten (bijvoorbeeld door een lagere energierekening, eventueel beschikbare subsidies, extra huuropbrengsten, de EPV en andere opbrengsten);
f. De investerings- en financieringskosten en de extra huurlasten en servicekosten;
g. De mogelijk ‘aanvullende kosten’ (zoals kosten voor elektrisch koken of energieadviezen) en de projectgebonden proces- en advieskosten;
h. De hoogte van de onrendabele top.


Vermeld ook welke afschrijvingstermijnen, terugverdientijden, rentes of discontovoeten u hanteert en geef aan waarop u deze baseert.

• De Netto Contante Waarde die hieruit volgt voor het gehele project.


• Eventuele aanvullende kosten voor de gemeente, zoals de projectgebonden proces- en advieskosten.
2. Onderbouw de hoogte van de benodigde investeringen voor de verschillende stakeholders. [tekstblok max. 4.000 tekens]
3. Hoe worden de investeringen gefinancierd? Benoem de beschikbare en de gevraagde bronnen voor financiering en de eigen bijdrage van de partijen. [tekstblok max. 4.000 tekens]
4. Indien de posten ‘extra kosten’ en ‘projectkosten’ worden opgevoerd, geef hiervoor een onderbouwing. [tekstblok max. 2.400 tekens]


5. Welke mogelijke financiële risico’s zijn te onderscheiden (risicoprofiel)? Benoem hierbij per benoemd risico: de kans dat dit risico optreedt, welke partijen het risico dragen, de mogelijke impact van het risico, de acties die zijn voorzien om het risico te voorkomen en de mogelijke oplossingen om het optreden van bepaalde gevolgen tegen te gaan (mitigerende maatregelen). [tekstblok max. 4.000 tekens]
6. Is woonlastenneutraliteit voor huurders van woningen en eigenaar-bewoners uitgangspunt van de financiële onderbouwing? Geef aan op welke wijze ervoor wordt gezorgd dat de aanpak betaalbaar is voor alle bewoners en gebouweigenaren.

[tekstblok max. 4.000 tekens]

7. Wat is het percentage van de gevraagde rijksbijdrage in verhouding tot alle investeringen en wat zijn de investeringskosten per woning(equivalent)?

[tekstblok max. 400 tekens]

Technische oplossingen


In dit gedeelte kunt u aangeven voor welke alternatieve warmtevoorziening(en) is gekozen en wat dit betekent voor de gebouwgebonden maatregelen zoals op het gebied van energiebesparing en eventuele aansluitingen en aanpassingen aan het warmteafgiftesysteem.
1. Geef een technische beschrijving van de beoogde alternatieve warmtevoorziening(en). [tekstblok max. 8.000 tekens en ruimte voor tabellen en figuren]

Indien u gebruik maakt van warmtenetten:
- Wat is de warmtebron of wat zijn de warmtebronnen?
- Welke aanvoer- en afvoertemperatuur levert het warmtenet?
- Is er sprake van restwarmte met een fossiele bron? Zo ja, wat is de strategie, ook in de tijd, om tot een volledig fossielvrije warmteaanbod te komen?
- Hoe is geborgd dat warmte over lange tijd beschikbaar is?
- Hoe ziet het volloopscenario van uw collectieve warmtevoorziening eruit?

Indien u gebruik maakt van WKO:
- Hoe ziet uw bronnenplan eruit en hoe zorgt u voor het balanceren van de bronnen?
- Wat is de Coëfficiënt of Performance (COP) van uw systeem?


Indien u gebruik maakt van elektrische verwarmingsmaatregelen:
- Wat is de elektriciteitsvraag van het systeem?
- Is netverzwaring nodig, en zo ja: hoe is dit geregeld met de netbeheerder?
- Wat is de Coëfficiënt of Performance (COP) van uw systeem?


Indien u gebruik maakt van groen gas, biogas of waterstof:
- Welke maatregelen moeten worden genomen?
- Hoe gaat u overschakelen van aardgas naar biogas of waterstof?
- Welke aanpassingen zijn nodig voor de aanvoer van biogas of waterstof?


Indien u gebruik maakt van innovatieve maatregelen:
- Welke innovatieve maatregelen past u toe en waarom heeft u hiervoor gekozen?
- Is de maatregel eerder toegepast?
- Wat is het alternatief als de innovatie niet toepasbaar is zoals voorzien
2. Op welke manier is het technisch ontwerp van de alternatieve warmtevoorziening tot stand gekomen? Is er een afweging gemaakt tussen verschillende alternatieven, en hoe zijn die keuzes gemaakt? [tekstblok max. 2.400 tekens]
3. Welke gebouwmaatregelen moeten worden toegepast? Op welke manier maakt de reductie van de warmtevraag door energiebesparing onderdeel uit van de aanpak?
• Welke maatregelen op gebouwniveau zijn nodig om voldoende energiebesparing te realiseren?
• Kunt u dit uitdrukken in kWh/m2/jaar en/of energielabels zowel in de uitgangssituatie als nadat de maatregelen zijn getroffen?
• Maakt koeling of luchtkwaliteit ook deel uit van uw aanpak?

[tekstblok max. 4.800 tekens]
4. Welke mogelijke technische risico’s zijn te onderscheiden? Benoem hierbij per benoemd risico: de kans dat dit risico optreedt, welke partijen het risico dragen, de mogelijke impact van het risico, de acties die zijn voorzien om het risico te voorkomen en de mogelijke oplossingen om het optreden van bepaalde gevolgen tegen te gaan (mitigerende maatregelen). [tekstblok max. 4.800 tekens]
5. Hoe bent u gekomen tot de keuze voor deze alternatieve warmtevoorziening voor specifiek deze wijk?
• Is in uw regio een (concept) RES opgesteld? Heeft u op basis daarvan de warmtebronnen voor uw gemeente in beeld? Zo nee, op welke wijze heeft u dit in beeld gebracht?
• Heeft u een (concept) Transitievisie Warmte opgesteld? Heeft u de keuze voor de aangevraagde wijk hierop gebaseerd? Zo nee, op welke wijze heeft u de keuze gemaakt?
• Heeft u gekozen voor het alternatief met de laagste maatschappelijke kosten? Zo ja, op welke wijze heeft u dit vastgesteld?

[tekstblok max. 3.200 tekens]

Regie & organisatie


In het Klimaatakkoord is aangegeven dat gemeenten de regierol hebben bij de wijkgerichte aanpak. Het is belangrijk te weten op welke wijze u dit concreet invult, zowel intern in de gemeentelijke organisatie, inclusief het bestuur en de gemeenteraad, als extern met alle betrokken stakeholders in de wijk en waar nodig erbuiten.

  1. Kunt u in algemene zin aangeven wat uw visie is op het voeren van de regierol bij het aardgasvrij maken van de wijk? [tekstblok max. 1.600 tekens]
  2. Wat is hierbij de rol van de gemeenteraad? Op welke wijze is de gemeenteraad betrokken bij deze aanvraag? Heeft de gemeenteraad ingestemd met het indienen van een aanvraag voor een proeftuin? [tekstblok max. 1.600 tekens]
  3. Geef een overzicht van de verschillende stakeholders die betrokken zijn bij de aanpak. Benoem per stakeholder hun rol, de verantwoordelijkheden die zij nemen in het project, het bestuurlijk commitment van deze partijen en, indien van toepassing, de samenwerkingsafspraken die met hen zijn gemaakt. Geef ook aan op welke wijze de gemeente samen met de stakeholders het proces inricht. [tekstblok max. 4.000 tekens]
  4. Indien er sprake is van een belangrijke positie van woningbouwcorporaties binnen de wijk, hoe ziet de rol van de woningbouwcorporaties in de aanpak eruit? Hoe werken zij samen met de andere stakeholders om de wijk aardgasvrij te maken? [tekstblok max. 4.000 tekens]
  5. Hoe ziet de rol van de netbeheerder in de aanpak eruit? Hoe werkt de netbeheerder samen met de andere stakeholders om de wijk aardgasvrij te maken? [tekstblok max. 2.400 tekens]
  6. Hoe ziet de projectstructuur en de inbedding van de wijkenaanpak binnen de gemeentelijke organisatie eruit? Geef hierbij een beeld van de ingezette capaciteit en middelen. [tekstblok max. 4.000 tekens en uploadmogelijkheid voor toelichtende tabellen / grafieken, het is niet de bedoeling deze uploadmogelijkheid om stukken tekst bij te voegen]
  7. Geef een overzicht van de planning van de aanpak: onderscheid hierbij de voorbereiding, de uitvoering, de realisatie en de nazorg. Specificeer in meer detail de jaren 2020 en 2021. Benoem mijlpalen en voorziene go/no go besluiten. Benoem ook evaluatie & bijstuurmomenten. [tekstblok max. 4.000 tekens en uploadmogelijkheid voor toelichtende tabellen / grafieken, het is niet de bedoeling deze uploadmogelijkheid om stukken tekst bij te voegen.]

Participatie & communicatie


De impact van de transitie voor bewoners en gebouweigenaren is groot. Vaak moeten maatregelen aan woningen en andere gebouwen worden genomen. Dit vergt financiële investeringen en gedragsverandering in de manier waarop bewoners hun woning verwarmen en hoe zij koken. De bereidheid van bewoners om mee te doen in de transitie in de wijk is daarom van groot belang. Een doordachte participatie- en communicatieaanpak is essentieel om dit te bereiken. Voor deze aanpak is echter geen blauwdruk, veel hangt af van de (sociale) kenmerken van de wijk en van haar bewoners, de bestaande relatie tussen de bewoners, de gemeente en de andere stakeholders, en de beoogde maatregelen. In de aanvraag dient een onderbouwing te staan van de participatie- en communicatieaanpak naar alle bewoners, gebouwgebruikers en gebouweigenaren in de wijk en de wijze waarop daarmee wordt aangesloten bij de kenmerken en behoeften van de wijk. Ook de samenwerking met bewonersinitiatieven- en coöperaties in de wijk is daarbij een belangrijk aspect. Wat is uw participatie- en communicatieplan? [tekstblok max. 20.000 tekens en uploadmogelijkheid voor toelichtende tabellen / grafieken, het is niet de bedoeling deze uploadmogelijkheid om stukken tekst bij te voegen].


Het participatie- en communicatieplan dient in ieder geval de volgende onderdelen te bevatten:

  • Een analyse van de sociaaleconomische kenmerken van de wijk (op basis van bijvoorbeeld CBS-gegevens en de Leefbarometer) en de betekenis hiervan voor de participatie- en communicatieaanpak.
  • Op welke manier en in welke mate bewoners en gebouweigenaren (mede)zeggenschap hebben bij de totstandkoming en uitvoering van het uitvoeringsplan en de keuze voor het warmtealternatief.
  • Uw inschatting van de trede van de participatieladder waar uw participatieaanpak op gebaseerd is en waarom deze trede volgens u passend is bij deze wijk en deze aanpak. De tredes zijn: 0. Informeren 1. Raadplegen 2. Advies vragen 3. Coproduceren 4. Bewoners beslissen. De ladder is gebaseerd op het afwegingskader participatie van Prodemos.
  • Een beschrijving van de communicatie-aanpak richting bewoners en stakeholders, in de verschillende fases van het aardasvrij maken van de wijk (inclusief de nazorg) waaruit blijkt dat een zo breed mogelijke groep bewoners en stakeholders kan worden bereikt.
  • Op welke wijze bestaande bewonersinitiatieven (inclusief energiecoöperaties) in kaart zijn gebracht en zijn betrokken bij de aanpak. En of de gemeente personele en/of financiële middelen inzet ter ondersteuning van deze initiatieven.
  • Indien van toepassing: De wijze waarop u samenwerkt bij de woningbouwcorporatie(s) om de communicatie naar en de participatie van huurders én de particulieren in de wijk goed te organiseren.
  • Of er andere organisaties die een belangrijke rol in de wijk spelen zoals een wijkraad, bewonersgroepen, huurdersorganisaties, buurthuizen, sportverenigingen, ondernemersverenigingen, etc. betrokken zijn bij de aanpak. En zo ja, op welke wijze hiermee wordt samengewerkt.
  • De activiteiten die u tot nu toe heeft ondernomen om bekendheid en betrokkenheid te organiseren bij gebouweigenaren en huurders voor deze proeftuinaanvraag.
  • Een (onderbouwde) inschatting van de mate van draagvlak voor de aanpak in de wijk.
  • Een inschatting van de risico’s en mogelijke alternatieve maatregelen als het niet lukt om de bewoners en gebouweigenaren in voldoende mate te betrekken bij de aanpak van de wijk.

Verbinding met andere opgaven in de wijk

Het aardgasvrij maken van een wijk kan een kans zijn om andere fysieke en sociaaleconomische opgaven die in de wijk spelen aan te pakken. Bovendien neemt de kans op breder draagvlak toe als er aangesloten wordt bij de wensen en zorgen van inwoners. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van de woonomgeving (groen, verkeer, spelen, ontmoeting, veiligheid etc.), het stimuleren van de werkgelegenheid en maatschappelijke participatie of de ondersteuning van inwoners (armoede, eenzaamheid, gezondheid, etc.).

  • Spelen er andere opgaven in de wijk die gekoppeld worden aan de aardgasvrij aanpak?
    • Zo ja, beschrijf zo concreet mogelijk op welke wijze een verbinding wordt gelegd met deze opgaven (met welke maatregelen, projecten of producten). Beschrijf ook hoe deze koppeling(en) in de gemeentelijke organisatie en de projectorganisatie worden gelegd. Geef bijvoorbeeld antwoord op de vragen: Hoe zijn de verschillende afdelingen betrokken bij het uitvoeringsplan? Hoe zijn andere organisaties betrokken die op het betreffende vlak actief zijn in de wijk? Hoe worden bewoners hierbij betrokken? [tekstblok max. 4.000 tekens]
    • Zo nee, licht toe:

[tekstblok max. 4.000 tekens]

Facultatieve onderwerpen


In dit gedeelte worden vier specifieke thema’s beschreven die interessant zijn om te verbinden met het aardgasvrij maken van wijken. In de eerste ronde van 2018 zijn deze thema’s beperkt naar voren gekomen. Daarom dient u in deze uitvraag expliciet vragen over in te vullen, met als doel enkele proeftuinen te selecteren waar deze verbindingen worden gelegd. Het betreft de thema’s:

  • Klimaatadaptatie
  • Circulair bouwen
  • Arbeidsmarkt & scholing
  • Utiliteitsbouw als aanjager van de energietransitie in de wijk

Indien één of meerdere onderdelen voor u relevant zijn kunt u deze aanvinken en de vragen over dit thema invullen. Alle vragen dienen dan te worden ingevuld.

Klimaatadaptatie
De ruimtelijke inrichting van Nederland moeten klimaatbestendig en waterrobuust worden gemaakt, zodat Nederland in 2050 beter is voorbereid op extreem weer: zowel wateroverlast als langdurige perioden van droogte en hitte. Daarover heeft het Rijk met de medeoverheden afspraken gemaakt in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA). Het in kaart brengen van de gevolgen van klimaatverandering kan door middel van een stresstest. De uitkomsten van deze stresstesten en ook de risicodialogen daarover, die gemeenten samen met de waterschappen en de provincie in respectievelijk 2019 en 2020 uitvoeren, zijn behulpzaam bij het vooraf in beeld brengen van mogelijke risico’s. Het is goed om in een aantal proeftuinen te onderzoeken op welke wijze maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie en het aardgasvrij maken gecombineerd kunnen worden op een manier waarbij synergie ontstaat.

  1. Is er voor de betreffende wijk een stresstest uitgevoerd of er is sprake van aantoonbaar urgente problematiek (bijvoorbeeld recent wateroverlast)? Ja / Nee (en licht dit toe)
  2. Zijn er op basis van de uitkomsten van deze stresstest of urgente problematiek, in overleg met betrokken partijen, maatregelen geformuleerd om de geïdentificeerde risico’s het hoofd te bieden en is hiertoe een uitvoeringsplan opgesteld? Licht toe.

Op welke wijze denkt u deze maatregelen te combineren met het aardgasvrij maken van de wijk? Welke synergievoordelen levert dit volgens u op?

[tekstblok max. 4.000 tekens]

Circulair bouwen
Bij het aardgasvrij maken van een wijk komen materialen vrij en zijn nieuwe materialen en producten nodig. Dit biedt een kans om te ontdekken hoe het aardgasvrij maken van de wijk ook op een circulaire wijze kan worden ingevuld.

  1. Heeft u gemeentelijk beleid van circulair bouwen vastgesteld? Ja / Nee (en licht dit toe)
  2. Op welke wijze wilt u het aardgasvrij maken van de wijk verbinden aan circulair bouwen? Licht dit concreet toe. Geef hierbij aan op welke wijze u omgaat met het hoogwaardig hergebruik van materialen en de inzet van hernieuwbare grondstoffen, zoals het gebruik van duurzaam hout.

[tekstblok totaal max. 4.000 tekens]

Arbeidsmarkt & scholing
Voor de energietransitie in het algemeen en de wijkenaanpak in het bijzonder zijn veel extra vakkrachten nodig, die over de juiste vaardigheden beschikken. Nu al is sprake van grote tekorten, die naar verwachting verder zullen oplopen. Het is nodig om veel méér mensen aan te trekken met aantrekkelijk en veilig werk, goede arbeidsvoorwaarden en perspectief, maar ook om het werk slim te organiseren. Dit vraagt om stimuleren van (intersectorale) mobiliteit en het gericht betrekken en opleiden van werkzoekenden, ook die met een afstand naar werk. Het is daarbij nodig om over (wijkgerichte) projecten heen lerend vermogen te organiseren, maar ook continuïteit en kwaliteit voor de mensen die daaraan werken.

  1. Welke uitdagingen en kansen ziet u op het gebied van arbeidsmarkt & scholing in relatie tot de wijkgerichte aanpak?
  2. Heeft u activiteiten op het gebied van arbeidsmarkt & scholing die hierbij aansluiten? (en licht deze toe)
  3. Welke organisaties zijn hierbij betrokken en welke afspraken heeft u met hen gemaakt?
  4. Op welke wijze denkt u dit te kunnen toepassen in de proeftuin?

[tekstblok max. 4.000 tekens]

Utiliteitsbouw als aanjager van de energietransitie in de wijk


Hoewel in bijna iedere wijk utiliteitsgebouwen staan die betrokken worden bij het aardgasvrij maken van de wijk, kunnen er situaties zijn waarbij utiliteitsbouw een voortrekkersrol kan vervullen bij de verduurzaming van de gehele wijk. Gedacht kan worden aan grotere utiliteitsgebouwen of een cluster van utiliteitsgebouwen die niet alleen als gebouwen aardgasvrij worden gemaakt, maar die tegelijk de aanjager zijn voor de verduurzaming van de andere gebouwen in de wijk. Bijvoorbeeld als grote warmtevrager en/of warmteleverancier in de wijk of door de uitwisseling van warmte tussen utiliteitsgebouwen en woningen.

  1. Wordt het aardgasvrij maken van utiliteitsbouw (maatschappelijk en/of commercieel vastgoed) verbonden aan de verduurzaming van de woningen in de wijk? Zo ja, hoe?
  2. Heeft utiliteit daarin een aanjagende rol als warmtevrager en/of warmteleverancier?
  3. Hoe draagt de utiliteitsbouw als aanjager van de energietransitie in de wijk bij aan CO2-reductie tegen lagere kosten?
  4. Hoe worden de eigenaren en gebruikers van de utiliteitsgebouwen betrokken bij de planvorming en uitvoering?
  5. Beschrijf hierbij of en hoe het aardgasvrij maken van de utiliteitsgebouwen in de wijk verbonden is met de verduurzamingsplannen van de gebouweigenaren, via bijvoorbeeld de sectorale routekaarten voor het maatschappelijk vastgoed en/of de portefeuilleroutekaarten van grote gebouweigenaren.

[tekstblok max. 4.000 tekens]

Openbaarmaking aanvraag

Bij selectie als proeftuin wordt de aanvraag actief openbaar gemaakt conform de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het kan voorkomen dat bepaalde informatie niet openbaar kan worden gemaakt. Dit kan uitsluitend op grond van de uitzonderingsgronden vermeld in de Wob, bijvoorbeeld daar waar het gaat om bedrijfsgevoelige informatie en persoonsgegevens. Hier kunt u aangeven welke passages niet voor openbaarmaking in aanmerking komen. Geef hierbij per passage aan om welke Wob-grond het gaat. Het ministerie van BZK toetst bij openbaarmaking aan de Wob-gronden.
[tekstblok]

Gerelateerd nieuws

Omgevingswet: sleutel voor lokale energietransitie?

Deze 1-daagse cursus biedt inzicht hoe overheid, energiesector en andere organisaties kunnen komen tot energietransitie onder de Omgevingswet.

→ Lees meer

Basiscursus Duurzaamheid en energie

De 3-daagse basiscursus geeft inzicht in verschillende facetten van duurzaamheid en energie met veel praktische tips hoe je in de praktijk tot resultaten komt in een gemeente of andere organisatie

→ Lees meer

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws. Word lid van onze gratis nieuwsbrief!

Schrijf je in