nieuws

Het pachtgevecht om fosfaatrechten

16-04-2018

Tussen pachter en verpachter kan discussie ontstaan over de vraag wie gerechtigd is tot de fosfaatrechten. Gelden dezelfde regels als in het verleden bij het melkquotum? Wat is de oplossing voor deze discussie?

Achtergrond stelsel van fosfaatrechten

Met ingang van 1 januari 2018 is voor de melkveehouderij een stelsel van fosfaatrechten ingevoerd. Het op het bedrijf rustende fosfaatrecht is begin 2018 door de Minister bij beschikking toegekend aan en op naam geregistreerd van de houder van melkvee. De omvang van het fosfaatrecht komt overeen met de forfaitaire fosfaatproductie door het melkvee dat op 2 juli 2015 op het melkveebedrijf werd gehouden en volgens het Identificatie & Registratiesysteem (I&R) bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland staat geregistreerd.

Verdeling pachter en verpachter op grond van wet

Fosfaatrechten zijn verhandelbare rechten, waaraan een economische waarde is verbonden. De Meststoffenwet, waarin de fosfaatrechten zijn geregeld, bevat geen bepaling over een verdeling van fosfaatrechten tussen pachter en verpachter. De staatssecretaris heeft hierover het volgende opgemerkt:

“De fosfaatrechten worden op basis van de I&R-gegevens toegekend aan de houders van dieren, dus niet aan de houders van grond. Het gaat hier namelijk om dieren die fosfaat produceren. Daarvoor heb je fosfaatrechten nodig. Het ligt dus voor de hand om die fosfaatrechten toe te kennen aan de houders van dieren.”

Mogelijk doelt de staatssecretaris hier alleen op de bestuursrechtelijke toekenning van de rechten en niet ook op de eventueel civielrechtelijke aanspraken van onder meer de verpachter. Voor de relatie pachter en verpachter betekent dit dat het fosfaatrecht in beginsel bestuursrechtelijk toekomt aan de pachtende melkveehouder.

Verdeling pachter en verpachter op grond van pachtrechtspraak

Indien de pachtovereenkomst niets regelt, zijn pachter en verpachter aangewezen op de pachtrechtspraak. Ten aanzien van fosfaatrechten is het nog wachten op een arrest van het Pachthof Arnhem-Leeuwarden of op een arrest van de Hoge Raad. Daarom wordt bekeken welke oplossingen de pachtrechtspraak heeft geboden voor onder meer het melkquotum, het suikerquotum en de toeslagrechten. Deze quota en toeslagrechten zijn vergelijkbaar met de fosfaatrechten, maar zijn niet exact hetzelfde. De verschillen worden hierna besproken.

Melkquotum en suikerquotum

Ten aanzien van het melkquotum, dat per 1 april 2015 is komen te vervallen, heeft het pachthof bepaald, dat de pachter bij het einde van de pacht gehouden is het met de grond samenhangende quotum aan de verpachter te leveren en dat hij daarvoor de helft van de waarde van het quotum terugontvangt. Deze benadering is ook gehanteerd bij het suikerquotum.

De achterliggende gedachte van deze rechtspraak was, dat zowel de verpachter – door de grond ter beschikking te stellen – als de pachter – door melk of suiker te produceren – hadden bijgedragen aan de totstandkoming van het quotum. Het zou dan redelijk en billijk zijn om de waarde over beide partijen te verdelen. Een bijkomend argument is dat de verpachter na het einde van de pacht het met de grond samenhangende quotum weer nodig heeft om, of zelf te gaan produceren, of een nieuwe pachter hiertoe in staat te stellen. De pachter is daarom op grond van goed pachterschap gehouden het gepachte in goede staat op te leveren en het quotum aan de verpachter over te dragen, waarbij de helft van de waarde van het quotum terug wordt ontvangen.

Toeslagrechten

Voor toeslagrechten op grond van Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (thans betalingsrechten genoemd), hanteert het pachthof een andere benadering. Deze toeslagrechten vormen een inkomensondersteuning voor de landbouwer, die niet gekoppeld is aan de grond of aan de melk- of fosfaatproductie. De toeslagrechten worden toegekend aan de actieve landbouwer op basis van het aantal subsidiabele hectares landbouwgrond. Het pachthof heeft bepaald, dat de pachter niet gehouden is de toeslagrechten bij het einde van de pacht over te dragen aan de verpachter, omdat de inkomstenssteun is bedoeld voor de pachter als landbouwer en niet voor de verpachter als grondeigenaar.

Mogelijke benaderingen verdeling fosfaatrechten

Fosfaatrecht is van verpachter

Fosfaatrechten zijn op grond van de wet aangemerkt als productierechten. Hierdoor ligt op het eerste gezicht een aansluiting bij de pachtrechtspraak over het melkquotum voor de hand. Er kan worden betoogd dat zowel de pachter – door fosfaat met melkvee te produceren – als de verpachter – door grond en/of gebouwen ter beschikking te stellen – hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de fosfaatrechten. Hier kan tegen worden aangevoerd dat dit een opmerkelijke redenering is, als je bedenkt dat de inspanningen van partijen niet zozeer waren gericht op het tot stand laten komen van fosfaatrechten.

Bovendien is een belangrijk verschil tussen de fosfaatrechten en het melkquotum, dat het melkquotum was gekoppeld aan de grond, terwijl het fosfaatrecht rust op het bedrijf van de melkveehouder. Volgens de Meststoffenwet bestaat een bedrijf uit een of meer gebouwen en landbouwgrond. Het komt regelmatig voor dat de grond deels eigendom en deels gepacht is. Ditzelfde geldt voor de bedrijfsgebouwen. Hierdoor is niet eenvoudig een verdeling van de rechten te maken tussen pachter en verpachter.

Maatwerk (fosfaatrecht deels van pachter en deels van verpachter)

Door agrarisch juristen is daarom wel betoogd, dat het aankomt op de vraag welk deel van de fosfaatrechten samenhangt met de gepachte grond en/of de gepachte gebouwen, en dat de rechten in beginsel gelijkelijk over de grond en gebouwen verdeeld zouden moeten worden (H.A. Verbakel-van Bommel en G.M.F. Snijders, TvAR 2018, nr. 1). Bij meer intensieve bedrijven zou een correctie toegepast kunnen worden. Voor productierechten is ook wel voorgesteld om een verdeling te baseren op een bedrijfseconomische weging van de werkelijke inspanningen van pachter en verpachter in een concreet geval (J. Tolner, TvAR 1993, p. 73-88). Deze benaderingen hebben met elkaar gemeen, dat een verdeling van fosfaatrechten in meer of mindere mate tussen pachter en verpachter (financieel) maatwerk zal worden. Een nadeel hiervan is dat het lastig is om een berekening te maken.

Fosfaatrecht is van pachter

Een andere benadering is om helemaal geen verdeling van fosfaatrechten te maken op basis van goed pachterschap of op grond van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, maar de bestuursrechtelijke toekenning van de fosfaatrechten aan de pachter als houder van melkvee voorop te stellen en de contractsvrijheid van partijen als enige uitzondering te aanvaarden.

Pachters en verpachters kunnen vanaf de jaren ’80 namelijk weten, dat zij op uiteenlopende wijze te maken kunnen krijgen met vanuit overheidswege toegekende rechten (waarbij de exacte maatregelen doorgaans nog niet bekend zijn), die productiebeperkend of inkomensondersteunend kunnen zijn. Het ligt daarom meer voor dat hand om aan partijen zelf over te laten of zij met een speciale regeling in de pachtovereenkomst of bij latere pachtwijzigingsovereenkomst, de bestaande of nog toekomstige door de overheid toe kennen rechten in hun onderlinge verhouding willen verdelen.

Indien een dergelijke regeling wegens een algemene formulering hiervan onduidelijk is of zo’n regeling ontbreekt, komt het aan op een uitleg van de pachtrelatie en de vraag of de pachter er redelijkerwijs rekening mee diende te houden, dat de afspraken de strekking hadden om de bestaande of toekomstige fosfaatrechten geheel of gedeeltelijk aan de verpachter te laten toekomen. Een dergelijke afspraak dient niet te snel op grond van redelijkheid en billijkheid te worden aangenomen. De pachtrelatie heeft de strekking wel of heeft deze niet.

Een vergelijkbare verdeling van fosfaatrechten op basis van uitleg van een overeenkomst, zien we recent terug in uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 29 maart 2018, in een procedure tussen een inschaarder en een uitschaarder van melkvee. Lees hier de uitspraak

Leg afspraken over fosfaatverdeling vast

Het lijkt niet voor de hand te liggen om bij de verdeling van de fosfaatrechten aan te sluiten bij de regeling over het melkquotum. Beter is het om te bekijken of de pachter er binnen de pachtrelatie redelijkerwijs rekening mee diende te houden dat bestaande of toekomstige fosfaatrechten geheel of gedeeltelijk aan de verpachter zouden toekomen. Om te voorkomen dat discussie ontstaat over deze vraag wordt geadviseerd om de afspraken over de verdeling van de fosfaatrechten tussen pachter en verpachter vast te (laten) leggen.

Meer van Omgevingsweb