Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Baden en zwemmen onder de Omgevingswet – hoofdstuk 4

In dit blog-artikel komt het baden en zwemmen in badinrichtingen aan de orde. Het gaat dan niet alleen om de reguliere zwembaden, maar ook om peuterspeelbaden, whirlpools, wellness, sauna’s, fish spa’s en andere badinrichtingen. Al deze badinrichtingen zullen te maken krijgen met hoofdstuk 4 van de Omgevingswet. Op grond van het vierde hoofdstuk wordt de activiteit ‘het gelegenheid bieden tot zwemmen of baden’ gereguleerd door middel van algemene regels. Deze algemene regels zullen worden vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur.

Luc Vosters 24 juni 2016

Nieuws & Achtergrond

Dit blog-artikel besteedt aandacht aan dat vierde hoofdstuk. Maar eerst zal ik hoofdstuk 1 in herinnering brengen. Want beide hoofdstukken houden nauw met elkaar verband en moeten in onderlinge samenhang worden bezien. Na de herinnering aan hoofdstuk 1 volgt een beschouwing van hoofdstuk 4. Die beschouwing begint met de opbouw van dat hoofdstuk. Vervolgens zullen de kernpunten in vogelvlucht worden besproken. Daarna volgt een voorzichtige doorkijk naar de inhoud van komende algemene regels. Het blog-artikel sluit af met een conclusie.

Ik raad je aan om bij het lezen van dit blog-artikel de tekst van de Omgevingswet bij de hand te houden. De tekst kun je downloaden via de volgende link:

Wet van 23 maart 2016, Staatsblad 2016, 156 (Omgevingswet)

.

Samenhang met hoofdstuk 1 Omgevingswet

Zoals gezegd, moet het vierde hoofdstuk worden gezien in nauwe samenhang met hoofdstuk 1 van de Omgevingswet.

Hoofdstuk 4 gaat over allerlei activiteiten in de fysieke leefomgeving, waaronder de activiteit het gelegenheid bieden tot zwemmen en baden. Deze activiteit wil de wetgever reguleren door middel van algemene regels, zoals we aanstonds zullen zien. Dat is hoofdstuk 4.

Maar wat is fysieke leefomgeving? En welke doelen streeft de Omgevingswet na als het gaat om de fysieke leefomgeving? En kunnen we uit het toepassingsgebied van de Omgevingswet en de doelen die de wet nastreeft, afleiden dat de Omgevingswet van toepassing is op het baden en zwemmen? Antwoorden op dit soort vragen moeten worden gezocht in het eerste hoofdstuk. Ik heb daar al

een blog-artikel

over geschreven.

In dat blog-artikel heb ik geconcludeerd dat de Omgevingswet over baden en zwemmen gaat. Dat geldt niet alleen voor het baden en zwemmen in oppervlaktewaterlichamen (nader uitgewerkt in

hoofdstuk 2 van de Omgevingswet

). Dat geldt ook voor het baden en zwemmen in zwembaden, peuterspeelbaden, whirlpools, wellness, saunas, fish spas en andere badinrichtingen (nader uitgewerkt in hoofdstuk 4). We mogen dit afleiden uit artikel 1.2 Omgevingswet.

Verder hebben we gezien dat artikel 1.2 een aantal aspecten bevat die voor het baden en zwemmen van belang zijn. Ik heb onder meer gewezen op de bouwregelgeving en de luchtkwaliteit in overdekte zwembaden.

De doelen op het gebied van baden en zwemmen volgen uit artikel 1.3. De doelen zien op bescherming en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en hebben alles te maken met veiligheid en gezondheid. In het blog-artikel dat nu voorligt, zullen we zien dat deze doelen in hoofdstuk 4 voor het baden en zwemmen concreet worden uitgewerkt.

Ten slotte hebben we in hoofdstuk 1 een zorgplicht gesignaleerd voor de fysieke leefomgeving.

Dus: uit het eerste hoofdstuk volgt dat de Omgevingswet gaat over baden en zwemmen. Waar de wetgever de activiteit het gelegenheid bieden tot zwemmen of baden wil reguleren door middel van algemene regels, komt hoofdstuk 4 in beeld. Dat hoofdstuk gaan we nu verder verkennen.

De opbouw van hoofdstuk 4 Omgevingswet

Hoofdstuk 4 gaat over algemene regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving.

Het hoofdstuk telt 29 artikelen, verdeeld over drie afdelingen:

  • afdeling 4.1: algemene bepalingen voor regels over activiteiten

  • afdeling 4.2: voorbereidingsbescherming

  • afdeling 4.3: bijzondere bepalingen voor regels over activiteiten

Afdeling 4.1 is verder onderverdeeld in drie paragrafen:

  • paragraaf 4.1.1: algemene regels

  • paragraaf 4.1.2: inhoud

  • paragraaf 4.1.3: bevoegd gezag

Afdeling 4.3 is verder onderverdeeld in twee paragrafen:

  • paragraaf 4.3.1: decentrale regels

  • paragraaf 4.3.2: rijksregels

Voor het baden en zwemmen zijn met name de afdelingen 4.1 en 4.3 van belang. De kernpunten van deze afdelingen zullen nu in vogelvlucht voorbij komen.

De kernpunten van hoofdstuk 4 Omgevingswet

Voor het baden en zwemmen in badinrichtingen gelden de volgende kernpunten:

  • algemene regels

  • bevoegd gezag

  • doel en strekking algemene regels

Algemene regels

Grondslag voor algemene maatregel van bestuur (artikel 4.3 Omgevingswet)

Hoofdstuk 4 gaat over algemene regels over allerlei activiteiten in de fysieke leefomgeving. Deze algemene regels worden vastgelegd in decentrale regels (artikel 4.1) en in een algemene maatregel van bestuur (artikel 4.3).

Ook voor de activiteit het gelegenheid bieden tot zwemmen of baden zullen algemene regels gaan gelden. Deze regels worden vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur. Je vind dit in artikel 4.3, eerste lid, onder letter g. Dat artikel dient als wettelijke grondslag voor een algemene maatregel van bestuur. In die algemene maatregel van bestuur wordt het baden en zwemmen verder geregeld met algemene regels.

Wat betekent dit? Dit betekent dat we de concrete inhoud van de algemene regels niet kunnen halen uit de Omgevingswet, maar uit een algemene maatregel van bestuur. De Omgevingswet biedt enkel maar een grondslag voor die algemene maatregel van bestuur.

Publicatie algemene maatregel van bestuur op 1 juli 2016

De algemene maatregel van bestuur zal op 1 juli 2016 worden gepubliceerd voor

internetconsultatie

. Dan krijgen we een beeld van de regels waar het baden en zwemmen in badinrichtingen concreet aan moeten voldoen. We moeten dus nog even geduld hebben. In een volgend blog-artikel kom ik daar zeker op terug.

Inhoud algemene regels (artikelen 4.4 en 4.5 Omgevingswet)

Moeten we voor wat betreft de inhoud van de algemene regels te rade gaan bij de algemene maatregel van bestuur, de Omgevingswet geeft wel enkele kaders waarbinnen de inhoud van de algemene regels zich kan bewegen. Ik geef twee voorbeelden, één over de meldingsplicht en één over de ontheffingsmogelijkheid

Meldingsplicht

De algemene regels kunnen een verbod inhouden om zonder voorafgaande melding aan het bevoegd gezag een activiteit te verrichten (artikel 4.4, eerste lid, Omgevingswet). Dit doet denken aan artikel 10, eerste lid, van de huidige Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz). Op grond van dat artikel moet degene die voornemens is een badinrichting op te richten, te wijzigen of uit te breiden dat melden aan gedeputeerde staten. Artikel 4.4, eerste lid, Omgevingswet biedt de mogelijkheid om deze meldingsplicht op te nemen in de algemene regels van de algemene maatregel van bestuur.

Ontheffingsmogelijkheid

De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in de algemene maatregel van bestuur onderwerpen aan te wijzen waarvoor het bevoegd gezag zogenaamde maatwerkvoorschriften kan stellen (artikel 4.5, eerste lid, Omgevingswet). Dit doet denken aan artikel 5 van de Whvbz. Op grond van dat artikel kunnen gedeputeerde staten in bijzondere gevallen op verzoek van de houder van een badinrichting ontheffing verlenen. Artikel 4.5, eerste lid, Omgevingswet biedt de grondslag om een ontheffingsmogelijkheid op te nemen in de algemene maatregel van bestuur.

Bevoegd gezag (artikel 4.11 Omgevingswet)

Als het gaat om baden en zwemmen, dan zijn gedeputeerde staten bevoegd gezag. Dat is bepaald in artikel 4.11, eerste lid, onder letter a. Dat betekent dat gedeputeerde staten op dat punt zijn belast met de uitvoering van de Omgevingswet en de algemene maatregel van bestuur. Ook zijn zij bevoegd binnen de kaders van artikel 4.5 Omgevingswet maatwerkvoorschriften te verlenen. De bevoegdheid van gedeputeerde staten tot bestuursrechtelijke handhaving volgt uit artikel 18.2, eerste lid, Omgevingswet.

Doel en strekking algemene regels (artikel 4.27 Omgevingswet)

Het doel van de algemene maatregel van bestuur moet zijn dat de algemene regels de veiligheid van de gebruikers waarborgen en hun gezondheid beschermen. Gebruikers zijn de zwemmer en de bader. Die boodschap heeft de wetgever al aan de regering meegegeven in artikel 4.27.

Ook moeten de algemene regels er in ieder geval toe strekken dat het risico op significante nadelige gevolgen voor de veiligheid en gezondheid van de gebruikers wordt beheerst. Volgens de Memorie van Toelichting (pagina 427) zijn risicos voor de gezondheid en veiligheid van zwemmers en baders nooit helemaal uit te sluiten. Maar, aldus de Memorie van Toelichting, degene die gelegenheid biedt tot zwemmen en baden, heeft wel de verantwoordelijkheid om het risico op significante nadelige gevolgen te beheersen. Daarbij wordt onderkend dat de zwemmer of de bader ook een eigen verantwoordelijkheid heeft voor de veiligheid en gezondheid van hemzelf of degenen die hij begeleidt (zoals kinderen).

Een voorzichtige doorkijk

Zoals gezegd, moeten we nog even geduld hebben tot 1 juli aanstaande. Dan zal de algemene maatregel van bestuur worden gepubliceerd voor internetconsultatie en weten we welke algemene regels zullen gaan gelden voor het baden en zwemmen.

We kunnen echter al een voorzichtige doorkijk schetsen op wat komen gaat. Dat kunnen we doen aan de hand van de wetsgeschiedenis van de Omgevingswet en de recente ontwerp-wijziging van het huidige Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Bhvbz).

Ontwerp-wijziging Bhvbz

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is al jaren bezig met een modernisering van het huidige Bhvbz. Dat heeft recent zijn beslag gekregen in een ontwerp-wijziging van het Bhvbz. Deze ontwerp-wijziging is overigens geparkeerd gezien de ontwikkelingen rond de Omgevingswet.

Kernpunt van de ontwerp-wijziging is een nieuwe sturingsfilosofie. In die nieuwe sturingsfilosofie is de wetgeving niet langer gebaseerd op middel-, maar op doelvoorschriften.

Eigenlijk zegt de wetgever tegen houders van badinrichtingen: Houders van badinrichtingen, u krijgt te maken met algemene regels. Het doel van die algemene regels is hygiëne en veiligheid. Hoe u deze doelen bereikt, is verder aan u. Met de nieuwe sturingsfilosofie krijgen houders van badinrichtingen meer vrijheid en meer eigen verantwoordelijkheid. Natuurlijk krijgen zij van de wetgever ook de nodige instrumenten om aan die verantwoordelijkheid invulling te geven. Denk aan instrumenten als zorgplicht, cyclus risico-analyse en parameters (omgevingswaarden).

Over de ontwerp-wijziging Bhvbz en de nieuwe sturingsfilosofie heb ik al eens een blog-artikel geschreven onder de titel

Houders van badinrichtingen: vergeet de Zwemwaterwet en bereid je voor op de Omgevingswet

. Kortheidshalve verwijs is daarnaar.

Wetsgeschiedenis Omgevingswet

Waarschijnlijk zullen de lijnen van de ontwerp-wijziging Bhvbz worden doorgetrokken naar de komende algemene maatregel van bestuur. Deze verwachting baseer ik op de Memorie van Toelichting bij de Omgevingswet. Daarin valt op pagina 273 het volgende te lezen:

Conform de uitgangspunten van het wetsvoorstel en de wens van de praktijk is de visie op sturing aanzienlijk gewijzigd, waarbij de overheid de doelen en randvoorwaarden stelt, en de verantwoordelijkheid om het doel te bereiken zo veel mogelijk bij de exploitant wordt gelegd. Daarmee wordt ook ruimte geboden om maatregelen toe te snijden op de lokale situatie en worden kansen gegeven voor innovatie. Dit kan gunstige gevolgen hebben voor zowel de economie als het milieu, door bijvoorbeeld een verminderd gebruik van water, chemicaliën en energie. (). Tot slot zullen de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving voor een aantal instrumenten een betere juridische basis bieden, zoals de zorgplicht en het hygiëne- en veiligheidsplan voor badinrichtingen.

Conclusie

Het gelegenheid bieden tot zwemmen of baden is een activiteit waarvoor algemene regels zullen gaan gelden. Deze regels zullen worden opgenomen in een algemene maatregel van bestuur. Die algemene maatregel van bestuur verschijnt op 1 juli 2016 voor internetconsultatie. Op basis van de wetsgeschiedenis van de Omgevingswet mag worden aangenomen dat de lijnen die in de recente ontwerp-wijziging van het Bhvbz zijn geschetst, zullen worden doorgetrokken naar de komende algemene maatregel van bestuur. Dat betekent dat de nieuwe sturingsfilosofie, gebaseerd op meer vrijheid en eigen verantwoordelijkheid, er gaat komen, evenals de nieuwe instrumenten als de zorgplicht, de cyclus risico-analyse en omgevingswaarden.

Volgend blog-artikel

In het volgende blog-artikel zal ik de laatste kruimels uit de Omgevingswet bespreken. Het betreft de gedoogplichten, procedures, handhaving en monitoren en handhaving.

Artikel delen