nieuws

Actualiteiten omgevingsrecht - week 27

15-07-2019

Een overzicht van belangrijke uitspraken in het omgevingsrecht in week 27. Over een beslissing op bezwaar en gebruik van de VNG brochure “Bedrijven en milieuzonering” voor het bepalen van richtafstanden.

Beslissing op bezwaar: alsnog opleggen van last onder dwangsom behoeft geen nieuw primair besluit (ECLI:NL:RVS:2019:2147)

De gemeente Twenterand wijst een handhavingsverzoek af om handhavend op te treden tegen detailhandel op een perceel op een bedrijventerrein door appellant. Hierop volgt een bezwaarschift door de verzoeker tot handhaving. Bij de beslissing op bezwaar wordt dit besluit herroepen en de gemeente gelast (alsnog) om de detailhandelsactiviteiten op het perceel te staken en gestaakt te houden onder oplegging van een dwangsom. Appellant gaat vervolgens in beroep bij de rechtbank die dit beroep ongegrond verklaard, hetgeen leidt tot hoger beroep door appellant bij de ABRS.

Appellante betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college bij de beslissing op bezwaar niet mocht overgaan tot het opleggen van een last onder dwangsom, maar een nieuw primair besluit had moeten nemen. Dit omdat hiermee een rechtsgang (bezwaar) voor appellant is ontnomen waardoor zij alleen al daarom in haar belangen is geschaad. De ABRS oordeelt onder vermelding naar eerdere uitspraken dat de gemeente de last onder dwangsom terecht heeft opgelegd bij de beslissing op bezwaar en niet bij een nieuw primair besluit. Artikel 7:11 van de Awb brengt namelijk met zich dat het bestuursorgaan dat op grond van de heroverweging alsnog tot het oordeel komt dat moet worden gehandhaafd, bij de beslissing op bezwaar een handhavingsbesluit voor de aanvankelijke afwijzing van het handhavingsverzoek in de plaats moet stellen.

VNG richtafstanden: ook rekening houden met vergunningsvrij bouwen (ECLI:NL:RVS:2019:2146)

De gemeente Sittard-Geleen verleent een omgevingsvergunning voor het bouwen van een paardenbak en het gebruik van gronden als zorgboerderij in afwijking van het bestemmingsplan. Bij de ruimtelijke afweging hierbij wordt gebruik gemaakt van de VNG brochure “Bedrijven en milieuzonering” voor het bepalen van richtafstanden. De buurman gaat in beroep bij de rechtbank. De rechtbank vernietigt het besluit van de gemeente omdat naar oordeel van de rechtbank onterecht bij vergunningverlening het standpunt is ingenomen dat de directe omgeving van de zorgboerderij kan worden aangemerkt als gemengd gebied en er dus verkeerde richtafstanden zijn gebruikt.

De exploitant van de zorgboerderij gaat in hoger beroep bij de ABRS. Die oordeelt in deze tussenuitspraak dat de omgeving van de zorgboerderij, gelet op de (agrarische) bedrijvigheid in de naaste omgeving van de zorgboerderij en de omstandigheid dat deze gelegen is aan een doorgaande weg, dat de omgeving ter plaatse van de zorgboerderij als gemengd gebied met een matige functiemenging en niet als een rustige woonwijk valt te kwalificeren. De uitspraak van de rechtbank is in zoverre onjuist.

De ABRS beoordeelt ook de overige bij de rechtbank aangevoerde beroepsgronden omdat de rechtbank daaraan niet is toegekomen. Er wordt niet voldaan aan de richtafstand van 30 meter voor gemengd gebied (deze bedraagt 28 meter). De buurman ondervindt onaanvaardbare geur- en stofoverlast van het frequente gebruik van de paardenbak. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is daarom onvoldoende gewaarborgd. De ABRS overweegt dat de in de VNG-brochure opgenomen afstanden indicatief zijn en dat hiervan gemotiveerd kan worden afgeweken. De richtafstanden volgens de VNG-brochure gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die een milieubelastende functie toelaat (rand van de paardenbak) en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Bij het afwijken van de richtafstanden die in de VNG-brochure zijn opgenomen dient in beginsel rekening te worden gehouden met de maximale planologische en vergunningvrije uitbreidingsmogelijkheden op een perceel. De ABRS is in dit geval van oordeel dat gezien het bovenstaande bij vergunningverlening onvoldoende is gemotiveerd dat er (alsnog) een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd ter plaatse van het perceel van de buurman. Via de bestuurlijke lus dient de gemeente het primaire besluit op dit punt ter herstellen.

https://www.omgevingsweb.nl/partners/ruimtemeesters