Menu

Zoek op
rubriek
Omgevingsweb

Aanbesteden op kwaliteit; grenzen aan het bouwteam

Het kan moeilijk worden genegeerd, het bouwteam maakt een revival door. Nog maar een paar weken geleden lanceerde ‘het Bouwgenootschap’ een nieuwe modelovereenkomst voor het samenwerken in Bouwteamverband en uit de vele reacties in de media blijkt dat het onderwerp leeft.

19 juni 2020

Nieuws & Achtergrond

Opdrachtgevers en opdrachtnemers zijn al langer op zoek naar (meer) evenwichtige manieren van contracteren met een uitgekiende allocatie en mitigatie van risico’s. Daarbij kan het Bouwteam een rol spelen. Door in Bouwteamverband vroegtijdig samen te werken aan de voorbereiding van een bouwproject, kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer risico’s blootleggen en alloceren in een fase, waarin die risico’s (beter) kunnen worden beheerst door de daarvoor meest aangewezen partij. Uiteindelijk moet dat leiden tot een (meer) efficiënte en effectieve werkwijze, waarmee de realisatie van het bouwproject binnen het daarvoor beschikbare budget en tijd tegen de gewenste kwaliteit wordt gewaarborgd.

Aanbesteden op kwaliteit

Het gaandeweg meer en meer aanbesteden op kwaliteit lijkt gelijke tred te houden met de toegenomen belangstelling voor het Bouwteam. De Aanbestedingswet 2012 en het ARW 2016 hebben daaraan bijgedragen door het gebruik van het EMVI gunningscriterium BPKV (Beste Prijs Kwaliteitverhouding) - uitzonderingsgevallen daargelaten - verplicht te stellen. Dit gunningscriterium beoordeelt een inschrijving niet alleen op laagste prijs, maar ook op andere criteria onder de noemer ‘kwaliteit’. Daarmee beoogt de overheid een hogere kwaliteit van overheidsopdrachten. Het kan dan gaan om de mate van innovatie en duurzaamheid, de termijn waarbinnen een project kan worden gerealiseerd, in welke mate het project beantwoordt aan de (gebruiks)eisen en geschikt is te gebruiken voor de beoogde bestemming, in welke mate de (bouw)werkzaamheden hinder veroorzaken voor de omgeving, etc.

De laatste tijd wordt opgeroepen om de kwaliteit als onderdeel van het EMVI gunningscriterium BPKV zwaar(der) te laten meewegen. Dat gaat soms zo ver dat inschrijvingen uitsluitend op kwaliteit worden beoordeeld. Dat zou niet alleen ten goede komen aan de kwaliteit van het bouwproject, maar ook bijdragen aan de evenwichtigheid van uitvoeringscontracten. Immers, op ‘vechtcontracten’ - véél voor weinig (lees: laagste prijs) - zit niemand meer te wachten. Door de prijs pas in een later stadium vast te stellen, kan die beter worden afgestemd op de verlangde (kwaliteit van) werkzaamheden en leveranties. Een eerlijke prijs voor een product dat voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Zodoende zou prijsbepaling in het systeem van het Bouwteam gedurende of aan het einde van de voorbereidende fase kunnen plaatsvinden. Aandachtspunt hierbij is wel dat het aanbestedingsrecht een gunning puur op kwaliteit niet toelaat. De prijs moet altijd een rol spelen binnen de hiervoor genoemde wensen en doelen.

Het prijselement in BPKV

De naam zegt het al, BPKV oftewel Beste Prijs Kwaliteit Verhouding. De beste aanbieding volgens dit criterium, wordt gedaan door de inschrijver die de meeste kwaliteit voor het geld aanbiedt. Voorstanders van het gunnen op kwaliteit alleen gaan voorbij aan het prijselement in het gunningscriterium BPKV. Door geen enkel prijselement in het EMVI gunningscriterium BPKV op te nemen, wordt niet voldaan aan de Aanbestedingswet (art. 2.115 Aw) of, zoals T&C Aanbestedingsrecht, aantekening 1 (onderaan) bij art. 2.115 Aw, het omschrijft:

‘(..) Het gunningscriterium BPKV moet altijd een kostengerelateerd criterium bevatten, zodat uitsluitend kwalitatieve nadere criteria niet zijn toegestaan. Wel mag het kosten gerelateerd criterium bestaan uit een vaste prijs of vaste kosten, zodat inschrijvers zich alleen op kwaliteit kunnen onderscheiden (MvT, Kamerstukken II 2015/16, 34329,3, p. 82).’

De Memorie van Toelichting (MvT) op art. 2.115 Aw zegt hierover:

‘(..) Onderstreept wordt dat het besluit tot gunning op basis van het gunningscriterium beste prijs-kwaliteitverhouding niet uitsluitend gebaseerd mag zijn op andere dan kostengerelateerde criteria. Het is wel mogelijk het kostenelement vorm te geven door middel van een vaste prijs of vaste kosten op basis waarvan de ondernemers in een aanbesteding louter concurreren op kwaliteitscriteria. (..)’

Het kostenelement moet dus altijd een rol spelen bij het gunnen op basis van het EMVI gunningscriterium BPKV. Dat kan bijvoorbeeld door een vaste prijs af te spreken (in een Bouwteam wordt over het algemeen een prijsplafond afgesproken dat met enige goede wil als zodanig kan worden aangemerkt), of vaste kosten (zie ook: art. 67 lid 2 Richtlijn 2014/24/EU). De Gids Proportionaliteit suggereert daarnaast om eenheidsprijzen af te spreken, zoals dat veelvuldig voorkomt in de GWW (RAW bestekken). Ook dat zou in voorkomend geval een uitkomst kunnen zijn. Het overeenkomen van vaste opslagpercentages (staartkosten; AK, winst en risico) lijkt in dit verband onvoldoende.

Artikel delen