nieuws

3 mythes over participatie in de Omgevingswet ontkracht

19-07-2019

Participatie is een hot topic in ons werk. Ruimte geven aan initiatief wordt gezien als dé manier om tot betere en gedragen besluiten te komen. In de nieuwe Omgevingswet wordt participatie gestimuleerd. Maar wat dit concreet gaat betekenen is niet altijd duidelijk. Drie mythes over participatie in de Omgevingswet.

Wat verstaat de Omgevingswet onder participatie?

Met participatie wordt in de Omgevingswet bedoeld ‘het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen (Stb. 2018, 290, p. 134)’. Wat het “betrekken” inhoudt, kan variëren van informeren tot meebeslissen. De verwarring die in de praktijk ontstaat is dat de meeste mensen denken dat participatie betekent dat zij kunnen meebeslissen.


Mythe 1: Participatie moet altijd

In de Omgevingswet zijn waarborgen voor participatie opgenomen (Art. 16.55). Voor het bevoegd gezag (het Rijk, de provincie, het waterschap of de gemeente) geldt bij de omgevingsvisie, omgevingsplan en een omgevingsprogramma (ook wel de kerninstrumenten), een plicht tot participatie. Zo geldt er een motiveringsplicht bij de omgevingsvisie en het programma; het bevoegd gezag moet bij het besluit aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn.

Kennisgeving particpatie

Bij het opstellen van een omgevingsplan geeft de gemeenteraad aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. Dit laatste heet kennisgeving participatie. Bij omvangrijke besluiten zoals een grootschalig windpark, of het verbreden van een weg, waarvoor een projectbesluit nodig is, geldt naast de plicht tot kennisgeving participatie ook de plicht tot kennisgeving voornemen.

Voor overheden geldt dus dat een motiverings- dan wel kennisgevingsplicht aangeeft hoe zij participatie vormgeven bij het opstellen van bijna alle kerninstrumenten. Voor het aanvragen van een vergunning door een initiatiefnemer geldt er echter geen plicht tot participatie. Bij het aanvragen van een vergunning wordt participatie gestimuleerd omdat de initiatiefnemer moet aangeven of en zo ja hoe participatie heeft plaatsgevonden en wat de resultaten hiervan zijn. Dit betekent dat voor het aanvragen van een vergunning de Omgevingswet participatie niet verplicht stelt en het daarnaast vormvrij is. Elk situatie is anders en er zo blijft er ruimte voor een participatievorm passend bij het initiatief. Er worden dus geen eisen aan participatie gesteld. Het niet doorlopen van een participatietraject met de omgeving is geen reden om een vergunningsaanvraag af te wijzen. Wel kan het bevoegd gezag zelf besluiten meer informatie te verzamelen over de vergunningsaanvraag om zo tot een beter onderbouwd besluit te komen.

Uitzondering

Er geldt één uitzonderingsgeval. De gemeenteraad is bevoegd om speciale gevallen die buiten het omgevingsplan vallen en waarover het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is (bijv. het realiseren van een hondenkennel of het realiseren van winkelcentrum) aan te wijzen als gevallen waarbij de initiatiefnemer verplicht moet aangeven dat er participatie heeft plaatsgevonden. Ook in deze gevallen is participatie vormvrij.

DUS: Dat participatie altijd moet, kan niet gezegd worden – Participatie is bij bijna alle kerninstrumenten in de Omgevingswet verplicht voor overheden. Maar deze verplichting geldt niet bij het aanvragen van een vergunning door een initiatiefnemer.

Conclusie: deze mythe is niet waar.

Mythe 2. Participatie is draagvlak

Het stimuleren van participatie in een vroegtijdig stadium van de plan- en besluitvorming heeft als doel om tot kwalitatief betere ideeën te komen. Het idee dat het betrekken van mensen bij nieuwe plannen leidt tot meer draagvlak, vormt de basis voor de mythe. De praktijk laat zien hoe weerbarstig dit proces van meedenken en meedoen in de voorfase van plannen is. In veel gevallen vergroot de weerstand zich, wat leidt tot procedures.

Participatie als informatiebron

Het bevoegd gezag is altijd de eindverantwoordelijke en moet zorgvuldig alle betrokken belangen afwegen. Dit betekent dat ook het maatschappelijk belang wordt meegenomen bij het nemen van de beslissing. Er kunnen dus ook keuzes gemaakt worden die het maatschappelijk belang dienen en niet per se worden gedragen door de lokale omgeving. Hierbij fungeert het participatieproces als een informatiebron om te horen waarom de omgeving voor of tegen een initiatief is.

DUS: Participatie is geen draagvlak creëren, het is het informeren van mensen, het ophalen van informatie om te komen tot betere ideeën en plannen of het laten meedoen en meebeslissen door betrokkenen over het plan of initiatief.

Conclusie: deze mythe is niet waar

Mythe 3. Participatie vervangt rechtsbescherming

Participatie is een informeel proces dat plaatsvindt voor het officiële besluitvormingsproces. De besluiten worden genomen door het college, dan wel de gemeenteraad. Het indienen van zienswijzen gebeurt tijdens een officieel besluitvormingsproces of op verzoek van de aanvrager voorafgaand aan de aanvraag. Het resultaat moet worden meegenomen in het besluit.

Belangenafweging

Bij het nemen van besluiten moet het bevoegd gezag aangeven welke belangen en maatstaven een rol hebben gespeeld bij de belangafweging en de besluitvorming. Met participatie kan het bevoegd gezag vroegtijdig informatie verzamelen om tot een goede afweging te komen. Een belanghebbende kan altijd achteraf naar de rechter als hij vindt dat het bevoegd gezag de participatie niet goed heeft ingericht en daardoor zijn belangen niet voldoende zijn meegewogen. Daarnaast sluit de Omgevingswet aan op de algemene wet bestuursrecht (Awb), in de reguliere procedure is er daarom ondermeer zowel bezwaar als beroep mogelijk op een genomen besluit. Als het bevoegd gezag onvoldoende informatie heeft om tot een goede belangenafweging te komen, kan ze altijd overgaan tot het opvragen van formele zienswijzen.

DUS: Participatie is dus geen vervanging van de wettelijke inspraakmogelijkheden van zienswijze, bezwaar en beroepsmogelijkheden.

Conclusie: Deze mythe is niet waar

Meer van Omgevingsweb

Gerelateerd nieuws

Opleiding Handhaver en toezichthouder Omgevingswet

Deze opleiding biedt inzicht in het stelsel van de Omgevingswet en de specifieke consequenties voor handhaving in de dagelijkse praktijk.

→ Lees meer

Opleiding Omgevingswet

Deze 4-daagse opleiding geeft een breed en verdiepend inzicht in de instrumenten van de Omgevingswet.

→ Lees meer

Omgevingswet en zwembaden: borging van hygiëne en veiligheid

Deze cursus geeft inzicht in de consequenties van de nieuwe regelgeving en leert u het opstellen en uitvoeren van beheersmaatregelen ter beperking van onacceptabele risico’s

→ Lees meer

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws. Word lid van onze gratis nieuwsbrief!

Schrijf je in