Wat wordt bedoeld met een gebonden beschikking en (evident) privaatrechtelijke belemmeringen

Vraag

Heeft u bij uw bezwaar tegen een omgevingsvergunning medegedeeld gekregen dat sprake is van een gebonden beschikking of dat privaatrechtelijke belemmeringen niet kunnen worden meegewogen bij het beoordelen van de vergunning? Dit zijn ingewikkelde termen die niet gemakkelijk te begrijpen zijn. In deze publicatie worden beide begrippen nader toegelicht.

Antwoord

Stel, uw buurman heeft een omgevingsvergunning verkregen voor het plaatsen van een balkon aan de achterkant van zijn huis, waardoor hij uitzicht heeft op uw tuin. Nu heeft u een goede band met uw buurman, maar een balkon dat zorgt voor een uitzicht op uw tuin voelt als een directe inbreuk op uw privacy. Er rest u niets anders dan bezwaar in te dienen tegen de omgevingsvergunning, maar is dat inderdaad de enige mogelijkheid?

Gebonden beschikking

Een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een balkon (artikel 2.1, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, verder: Wabo) wordt getoetst aan artikel 2.10 van de Wabo. Dit artikel geeft een limitatief-imperatief stelsel weer, hetgeen betekent dat indien geen van de weigeringsgronden uit artikel 2.10 van de Wabo zich voordoet, het bevoegde bestuursorgaan gehouden is om de vergunning te verlenen (lees: een gebonden beschikking). Er geldt dus een zeer beperkt toetsingskader.

In dit specifieke geval gaat het bevoegde bestuursorgaan na of het balkon voldoet aan de regels van het geldende bestemmingsplan, het Bouwbesluit 2012, de bouwverordening van de gemeente en de redelijke eisen van welstand (meestal vastgelegd in een gemeentelijke welstandsnota). Voldoet de aanvraag aan het voornoemde, dan heeft het betreffende bestuursorgaan geen ruimte om (privaatrechtelijke) belangen van derden af te wegen (Rechtbank Midden-Nederland, 10 december 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:6244. Uw privacybelang is geen belang dat bij een gebonden beschikking kan worden meegewogen.

Het indienen van een bezwaar waarin u enkel uw privaatrechtelijk (privacy)belang aanvoert, zal bij een gebonden beschikking helaas niet veel uithalen. Dit betekent overigens niet dat een privaatrechtelijke toestemming daarmee ook gegeven is. U kunt nog proberen om uw gelijk te halen bij de burgerlijke rechter op grond van artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW). In dit artikel staat dat het niet is toegestaan om zonder uw toestemming een balkon te hebben dat rechtstreeks uitzicht geeft op uw erf.

Wanneer dient het burenrecht wel te worden meegewogen?

Een privaatrechtelijk belang, zoals het burenrecht, kan onder omstandigheden wél worden meegenomen bij het toetsen van de omgevingsvergunning indien het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan (een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan, artikel 2.1, aanhef en onder c, van de Wabo). Het bevoegde bestuursorgaan heeft bij een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik een ruimer afwegingskader. Bij die toets dienen een goede ruimtelijke ordening en de belangen van derden te worden betrokken. Echter, een privaatrechtelijke belemmering kan slechts leiden tot weigering van de omgevingsvergunning indien deze een evident karakter heeft.

Evident privaatrechtelijke belemmering

Wat is een zogeheten evidente privaatrechtelijke belemmering? De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) heeft bepaald dat het in beginsel aan de burgerlijke rechter is om te oordelen of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan het bouwen, dan wel gebruiken van een bouwwerk (Afdeling, 21 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1814).

In voornoemde uitspraak is eveneens overwogen dat uit de wetsgeschiedenis van artikel 5:50 van het BW niet valt op te maken dat het naast rechtstreeks uitzicht, het ook gaat om zijdelings uitzicht. Indien het uitzicht enkel zijdelings (schuin) is, dan gaat een beroep op artikel 5:50 van het BW niet op en is er dus geen sprake van een evident privaatrechtelijke belemmering (zie bijvoorbeeld ook Afdeling, 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2364). Met als gevolg dat het privacybelang geen doorslaggevende factor hoeft te zijn bij de toetsing van de vergunningaanvraag.

Van een evident privaatrechtelijke belemmering is bijvoorbeeld wél sprake wanneer een bouwwerk op de grond van een ander wordt gerealiseerd en de eigenaar van de gronden hiervoor geen toestemming heeft gegeven (Rechtbank Gelderland, 3 februari 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:527 bekrachtigd door de Afdeling bij uitspraak van 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:755). Bij voornoemde belemmering kan het bestuursorgaan de vergunning dus niet verlenen en kan het burenrecht toch een rol spelen in het bestuursrecht. Let wel, dit geldt dus alleen indien sprake is van een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik en niet bij een gebonden beschikking

Gelet op het voorgaande is het dus theoretisch mogelijk dat aan u een gebonden beschikking wordt verleend, voor de gronden die in eigendom zijn van uw buurman. Een beschikking die uw buurman enkel bij de burgerlijke rechter kan aanvechten. Al met al erg ingewikkeld en casuïstisch.

Bent u van oordeel dat een omgevingsvergunning inbreuk maakt op uw (privaatrechtelijke) belangen? Dan is het aan te raden om juridisch advies in te winnen. Onze juristen kunnen u dit advies geven en u bijstaan tijdens de procedure.

Datum: 8 September 2017