OmgevingsWebOmgevingsWeb

U bent hier: | home | WIKI | Wabo | Nadeelcompensatie



WIKI

Nadeelcompensatie

  

Beheerder van deze Wiki:

Edwin Kort

Van planschade naar nadeelcompensatie

Nieuwe wet
De Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten is op 22 april 2013 deels in werking getreden. Deze wet voegt algemene bepalingen over schadevergoeding bij (on)rechtmatig overheidshandelen toe aan de Algemene wet bestuursrecht.

De wet regelt daarmee de algemene codificatie (schriftstelling) van het bestuursrechtelijke schadevergoedingsrecht en leidt tot harmonisering van het schaderecht. Het deel van de wet dat toeziet op het aspect nadeelcompensatie treedt pas in werking op een bij koninklijk besluit nader te bepalen tijdstip.

Planschade wordt nadeelcompensatie
Voor wat betreft de vergoeding van schade door rechtmatig overheidshandelen - ofwel nadeelcompensatie - zal deze verplichting in de nieuwe titel 4.5 van de Awb worden gebaseerd op het beginsel van gelijkheid voor de publieke lasten (égalitébeginsel).

Deze algemene wettelijke grondslag voor nadeelcompensatie zal de bestaande bijzondere wetten en specifieke buitenwettelijke regelingen op grond waarvan onevenredige schade veroorzaakt door bepaalde overheidsbesluiten- of handelingen voor vergoeding in aanmerking komt, vervangen. Dit geldt ook voor de planschaderegeling als opgenomen in artikel 6.1. van de Wro!

Met betrekking tot nadeelcompensatie is in artikel 4:126 van de wet bepaald dat indien een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico (abnormale last) en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft (speciale last), het bestuursorgaan de benadeelde desgevraagd een vergoeding dient toe te kennen.

Wat verandert
De nadeelcompensatieregeling heeft veel gelijkenis met de huidige planschaderegeling. Toch zijn er verschillen die voor de praktijk zeer relevant zijn.

Een belangrijk verschil is dat de in de artikel 6.1. tweede lid van de Wro opgenomen schadeoorzaken die voor een tegemoetkoming in de schade in aanmerking komen, verdwijnen. Immers, de algemene grondslag betekent dat er aanspraak bestaat op vergoeding van schade steeds indien het égalitébeginsel daartoe noopt, ongeacht de schadeoorzaak.

De jurisprudentielijn die inmiddels onder de Wro is ontstaan dat in de planologische vergelijking de binnenplanse flexibiliteitsbepalingen (uitwerkingplicht, wijzigingsbevoegdheid, binnenplanse ontheffing, etc.) niet mogen worden betrokken zolang daar geen toepassing aan is gegeven, lijkt echter niet te veranderen. Dit geldt niet alleen voor het nieuwe bestemmingsplan, maar ook voor de oude juridisch-planologische situatie. Immers, dit zijn ook onder de nieuwe wet afzonderlijke schadeoorzaken, die - indien ze wel in de planologische vergelijking zouden worden betrokken - nimmer tot schade kunnen leiden.

Een ander relevant verschil is dat in de wet geen forfaitaire drempel wegens normaal maatschappelijk risico is opgenomen, zoals in artikel 6.2., tweede lid, Wro. Hoewel slechts de schade hoeft te worden vergoed die het normaal maatschappelijk risico te boven gaat, laat volgens de Memorie van Antwoord van 2 november 2012 het normaal maatschappelijk risico zich door de grote variëteit in schadeoorzaken niet vatten in een algemeen te hanteren drempel voor alle gevallen van nadeelcompensatie.

Volgens de Memorie van Antwoord kan in bepaalde gevallen voor een bepaald type nadeel eventueel een drempel in de regelgeving of beleidsregels worden opgenomen. Het normaal maatschappelijk risico kan op deze wijze worden geconcretiseerd zodat de praktijk voorspelbaarder wordt en meer rechtszekerheid biedt.

Of dit betekent dat artikel 6.2 van de Wro met de inwerkingtreding van dit deel van de wet niet komt te vervallen maar een aanvullende werking blijft behouden, wordt pas duidelijk nadat de aanpassingswetgeving bekend wordt! Mocht dit artikel zijn werking verliezen, is het voor gemeenten mogelijk - en ook in lijn met de gedachte van de wetgever - om in een nadeelcompensatieverordening alsnog een forfaitaire drempel op te nemen.

Momenteel ontwikkelen wij een dergelijke bepaling om op te nemen in gemeentelijke planschadeverordeningen waarbij de hoogte van de toe te passen drempel in relatie wordt gebracht met de aard van de schadeveroorzakende gebeurtenis, ernst en omvang van de schade en aard van het getroffen belang.

De wet regelt de beslistermijn waarbinnen het besluit tot vergoeding van de schade na ontvangst van een aanvraag dient te worden genomen, te weten 8 weken of - indien een adviescommissie wordt ingesteld - 6 maanden. In de gemeentelijke nadeelcompensatie-verordening kunnen aanvullende regels worden gesteld over invulling van de procedure.

Nu het heffen van een recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot vergoeding van schade in de wet niet langer verplicht zal worden en bovendien gemaximeerd tot € 500, kunnen gemeenten ook hierover bepalingen opnemen in een nadeelcompensatieverordening.

Anders dan bij planschade, wordt in de wet ten aanzien van nadeelcompensatie uitgegaan van de vergoeding van schade die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, de zogenaamde speciale last.

Hoe hiermee in het kader van juridisch-planologische besluiten omgegaan dient te worden, zal jurisprudentie moeten uitwijzen. Denkbaar is dat bij een ruimtelijke ontwikkeling al vrij snel sprake is van een beperkte groep die onevenredig zwaar wordt getroffen, namelijk de direct aangrenzende eigenaren ingeval van indirecte schade danwel de betreffende eigenaar van de locatie ingeval van directe schade.

Anders wordt het als in zijn algemeenheid een bestemmingsregeling wijzigt waardoor binnen het gehele plangebied alle percelen met deze bestemming waardevermindering ondervinden. Dit is regelmatig aan de orde op het moment dat een globaal bestemmingsplan wordt gewijzigd in een meer gedetailleerd bestemmingsplan.

De wet voorziet niet in het doorleggen van de kosten van schadevergoedingen aan de initiatiefnemer van een project zoals in artikel 6.4. onder a van de Wro is vastgelegd. Uit de aanpassingswetgeving zal duidelijk moeten worden of dit artikel met de inwerkingtreding van dit deel van de wet komt te vervallen of aanvullende werking blijft behouden.

Voor meer informatie: jasmijn.van.tilburg@bro.nl
Door BRO, juni 2013

 




Discussie Facebook



Opmerkingen? Geef uw commentaar via uw Facebook account.





Tweets over Nadeelcompensatie